Beknopt

5.5. Windenergie en andere duurzame energiebronnen

Het voorliggende milieueffectrapport is een combi-MER dat wordt opgesteld in het kader van de provinciale doelstelling voor de ontwikkeling van windenergie en afspraken in het kader van het Nationaal Energieakkoord over het opgesteld vermogen aan windenergie in Noord-Brabant in 2020. Het ruimtelijk plan (inpassingsplan) waarvoor de m.e.r-procedure wordt doorlopen, biedt enkel planologische ruimte voor de ontwikkeling van windenergie. Het is niet doelmatig om in het MER een vergelijking te maken met overige duurzame energie bronnen. De keuze voor windenergie langs de A16 staat niet ter discussie.

Zoals in de reikwijdte en detailniveau voor dit MER opgenomen zal wel een kort overzicht worden gegeven van andere opwekkingsvormen.

In de NRD-fase is in eerste instantie wel breed ingezoomd op verschillende vormen van duurzame energie (zon, biomassa, besparing, geothermie en waterkracht) in de A16 zone: het energieke landschap[1]. De uitkomsten van dit traject worden als input gebruikt voor een Regionale energiestrategie, die wordt opgesteld als pilot van het VNG. Daarbij komt dat met het voorliggende MER de benutting van overige bronnen niet wordt uitgesloten. De inzet van andere bronnen zal nodig zijn om de nationale doelstelling voor de opwekking van duurzame energie in 2020 te kunnen behalen; omgekeerd kan gesteld worden dat deze doelstelling zonder windenergie niet haalbaar is.

In het energierapport Transitie naar Duurzaam[2] geeft de rijksoverheid aan dat een duurzame, veilige, betaalbare en betrouwbare energievoorziening vraagt om een omslag. Een omslag van een systeem gebaseerd op een klein aantal fossiele brandstoffen naar een systeem waarin vele, vaak decentrale, CO2-arme energiebronnen een grote rol spelen.

In het rapport wordt aangegeven dat Nederland een verscheidenheid aan opties van CO2-arme energiebronnen beschikbaar heeft voor de samenstelling van het toekomstige energiesysteem:

  • Windenergie - Vanwege de windrijke ligging van Nederland zijn er goede mogelijkheden voor windenergie. Wel is het zo dat op land de ruimte beperkt is, en op zee de kosten hoger liggen.
  • Energie uit water-technologieën - Nederland is een waterrijk land en kan gebruik maken van getijden, stroming en zoet-zout gradiënten om elektriciteit op te wekken. Dergelijke technologieën zijn echter nog in de experimentele fase, en het totale potentieel is beperkt.
  • Zonne-energie - Met de vele daken van woningen en andere gebouwen zijn er fysieke mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen. Daarnaast kunnen zonneparken worden gecombineerd met windenergie. Wel geldt voor zon, net als voor wind, dat het aanbod variabel is. Op dit moment levert dit geen problemen op met de stroomvoorziening, maar bij een groeiend aandeel duurzame elektriciteit zijn aanpassingen aan het systeem nodig (bijvoorbeeld verzwaring infrastructuur, opslag of vraagsturing).
  • Warmte – Hernieuwbare warmte betreft warmte uit de omgeving (zoals de atmosfeer) en bodem, geothermie, zonnewarmte en restwarmte (uit bijvoorbeeld kassen of de industrie). Voor geothermie speelt dat de vraag voldoende groot moet zijn. Het warmteaanbod moet aansluiten bij de vraag (geen opslag mogelijk). Zonnewarmte heeft een beperkt potentieel in Nederland omdat de fysieke condities niet heel gunstig zijn.
  • Biomassa en CO2-opslag:  Biomassa en CO2-opslag zijn voor meerdere energiefuncties aantrekkelijk, maar kennen grote onzekerheden qua kosten en potentieel. Om de kosten van de toekomstige energie­voorziening te beperken is het verstandig deze CO2-arme opties vooral in te zetten als (goedkope) alternatieven ontbreken.

De belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland zijn windenergie, zonne-energie, bio-energie en aardwarmte. Energieopwekking door middel van omgevingswarmte, waterkracht en uit potentieel verschil zoet-zout spelen een kleinere rol.

Windenergie kan met haar beperkte ruimtebeslag op de vierkante meter en de relatief lage kostprijs een belangrijk aandeel hebben in de gewenste duurzame energievoorziening.

 

[1]     Meer dan Wind; Van Hazeldonk tot Hollandsch Diep Energievisie op de A16. Bosch Slabbers landschapsarchitecten, 2016.

[2]     Energierapport; Transitie naar duurzaam. Ministerie van Economische Zaken, 2016.