Beknopt

8.6. Water

Voor het milieuaspect water wordt per MER-alternatief getoetst of windturbines voorzien zijn op of nabij gronden die relevant zijn voor de waterhuishouding. Ten behoeve hiervan wordt gekeken naar grondwater, grondwaterbeschermings- en waterwingebieden, hemelwater, naar primaire, regionale en compartimenteringswaterkeringen en naar waterbergingsgebieden. Hiermee kan beoordeeld worden welk opstellingsalternatief het gunstigst scoort ten opzichte van watergerelateerde aspecten.

Inleiding

Voor het milieuaspect water wordt per MER-alternatief getoetst of windturbines voorzien zijn op of nabij gronden die relevant zijn voor de waterhuishouding. Ten behoeve hiervan wordt gekeken naar grondwater, grondwaterbeschermings- en waterwingebieden, hemelwater, naar primaire, regionale en compartimenteringswaterkeringen en naar waterbergingsgebieden. Hiermee kan beoordeeld worden welk opstellingsalternatief het gunstigst scoort ten opzichte van watergerelateerde aspecten.
 

Toetsingskader

Op grond van de Wro moet bij een ruimtelijke ontwikkeling inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding.
In de Waterwet is de waterhuishouding, veiligheidsnorming voor primaire waterkeringen, het beheer van oppervlaktewater en grondwater geregeld.
De provincie  Noord-Brabant kent een provinciaal milieu- en waterplan, waarin veiligheid en gezondheid aan bod komen. Waterkeringen en waterveiligheid zijn een provinciaal belang. De regionale waterkeringen, maar ook waterbergingsgebieden, zijn daarom in de provinciale Verordening Ruimte vastgelegd. In de Verordening  zijn de normeringen vastgelegd van de regionale keringen en de begrenzingen van de waterbergingsgebieden. De regels ter bescherming van deze gebieden zijn vastgelegd in de Keur van het waterschap Brabantse Delta. In bestemmingsplannen worden waterkeringen en waterbergingsgebieden als zodanig bestemd en worden randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en het onderhoud ervan mogelijk maken.

Het plangebied van het project Windenergie A16 ligt in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta. Het beleid van dit waterschap is verwoord in het waterbeheerplan 2016 – 2021. Hierin geeft het waterschap Brabantse Delta aan hoe het als wateroverheid de zorg voor voldoende en schoon water en bescherming tegen overstromingen invult. Kaderrichtlijn Water maatregelen (KRW-maatregelen) zijn in het waterbeheerplan opgenomen.
In de Keur zijn regels opgenomen ter bescherming van de waterstaatswerken van het Waterschap. De ligging en dimensies van deze werken zijn vastgelegd in de Legger.
Of er (compenserende) maatregelen moeten worden getroffen met betrekking tot het watersysteem, volgt uit een watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen.

 

Beoordelingscriteria

Het milieuthema ‘water’ wordt op de volgende criteria beoordeeld:

  • Relatie met grondwater
  • Relatie met hemelwater
  • Effecten op waterkeringen
  • Effecten op waterberging

De persleidingen van het waterschap (onder meer de leiding van en naar de RWZI Nieuwveer) hebben een groot maatschappelijk belang, waarbij de continuïteit van de bedrijfsvoering van essentieel belang is. Dit belang is niet in een beoordelingscriterium opgenomen, maar de ligging van de persleidingen heeft wel een rol gespeeld bij de precieze positionering van de windturbines in het VKA.
 

Effectbeoordeling

Onderstaande tabel toont welke resultaten leiden tot welke score. Omdat plaatsing van windturbines bij geen van de beoordelingscriteria kan leiden tot een verbetering van de huidige situatie zijn de ‘positieve’ klassen niet in de tabel opgenomen.

Voor wat betreft de waterkering is de score afhankelijk van de afstand van windturbines tot de kering, waarbij de ‘werpafstand nominaal toerental’ afhankelijk is van de afmetingen en de draaisnelheid van een windturbinetype en rond de 150 meter ligt.

Tabel - Effectbeoordeling water
Effectbeoordeling water

Onderzoek

Voor de 11 MER-alternatieven wordt inzichtelijk gemaakt hoe deze zich verhouden tot de huidige situatie voor wat betreft grondwater, grondwaterbeschermings- en waterwingebieden, tot hemelwater, tot primaire, regionale en compartimenteringswaterkeringen en tot waterbergingsgebieden. In de figuur hiernaast is een kaart opgenomen met de waterhuishoudkundige situatie.

Grondwater
Er bevinden zich geen grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden in of nabij het plangebied.

Door gebruik te maken van niet-uitlogende bouwmaterialen wordt uitspoelen van stoffen voorkomen. Uitspoelen van stoffen, en daarmee veranderingen van de grondwaterkwaliteit, wordt daarmee uitgesloten. Als de windturbines eenmaal in werking zijn, dus nadat mogelijke bemalingen tijdens de bouwfase zijn beëindigd, is er geen relatie met het grondwater.
De genoemde eventuele bemaling tijdens de bouwfase kan tijdelijke effecten hebben. Grondwateronttrekking in attentiegebieden is zeer ongewenst gezien de kwetsbaarheid van deze gebieden. Hier kan middels een bouwvoorschrift in de vergunning van windturbines binnen deze gebieden rekening mee worden gehouden.

Alle opstellingsalternatieven scoren dan ook neutraal op dit thema (‘0’).

Hemelwater
Door de aanleg van windturbinefunderingen, kraanopstelplaatsen, toegangswegen en transformatorhuizen neemt het verhard oppervlak toe. Op grond van de Keur van Waterschap Brabantse Delta geldt een watervergunningplicht voor het afvoeren van hemelwater van een nieuw verhard oppervlak. Tot een oppervlak van 10.000 m2  is er geen vergunningplicht en kan op basis van de algemene regels compensatie worden aangelegd. Deze compenserende maatregelen moeten worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. De rekenregel die daarbij moet worden gehanteerd is als volgt:

Benodigde compensatie (m3) =  toename verhard opp. (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06

Bij het afvoeren van hemelwater van een nieuw verhard oppervlak groter dan 10.000 m2 op het oppervlaktewater treedt een watervergunningplicht op waarbij het waterschap gevraagd kan worden of zij een afweging maakt of de activiteit mag worden uitgevoerd.

Er logischerwijs[1] van uitgaande dat bij de realisatie van het totale project Windenergie A16 een nieuw verhard oppervlak van meer dan 10.000 m2 wordt toegevoegd, geldt dat er in overleg dient te worden getreden met het waterschap. In een dergelijk overleg kan een compensatieplicht worden afgesproken. Hierbij wordt de benodigde hoeveelheid en de wijze van compensatie overeengekomen, waarbij de benodigde compensatie afhankelijk zal zijn van de plaatselijke gevoeligheidsfactor[2].

Door de compensatieplicht heeft het aspect hemelwater geen onderscheidend karakter en scoren alle opstellingsalternatieven neutraal op dit thema (‘0’).

De precieze aard van compensatie is niet voor de 11 MER-alternatieven uitgewerkt, omdat deze compensatie geen belangrijke milieugevolgen heeft en er geen reden is om aan te nemen dat compensatie niet haalbaar is. Voor het voorkeursalternatief is in paragraaf 9.3.5 nader toegelicht wat de te nemen compensatiemaatregelen zijn.

Waterkering
Het Waterschap Brabantse Delta heeft in de Keur[3] regels opgesteld ter bescherming van de waterkeringen. Hierin is opgenomen dat het verboden is zonder vergunning gebruik te maken van primaire, regionale en compartimenteringswaterkeringen of bijbehorende ‘beschermingszone A’. De ‘beschermingszone A’ verschilt per waterkeringscategorie. Hieronder volgt per categorie een bepaling van de ‘beschermingszone A’:

  • Uit de Keur blijkt dat voor primaire waterkeringen een beschermingszone van 30 meter aan weerszijden van de waterkering, gemeten vanuit de teen[4], wordt aangehouden. De beschermingszone ligt aan weerszijden van het waterstaatswerk. Dit maakt dat vanaf een afstand groter dan 30 meter vanaf de teen van de primaire waterkering ‘beschermingszone B’ geldt.
  • Ten aanzien van de regionale keringen is als beschermingszone A een afstand van 10 meter aan weerszijden van de waterkering, gemeten vanuit de teen, aangehouden. Dit maakt dat vanaf een afstand groter dan 10 meter vanaf de teen van de regionale waterkering vergunningsvrij kan worden gebouwd.
  • Ten aanzien van de compartimenteringskeringen is als beschermingszone A een afstand van 5 meter aan weerszijden van de waterkering, gemeten vanuit de teen, aangehouden. Dit maakt dat vanaf een afstand groter dan 5 meter vanaf de teen van de compartimenteringswaterkering vergunningsvrij kan worden gebouwd.

Zie de figuur hiernaast voor de waterstaatswerken binnen het noordelijk deel van het plangebied. In de overige gedeeltes van het plangebied bevinden zich geen waterstaatswerken.

Voor de 11 MER-alternatieven is met behulp van een GIS[5]-analyse bepaald hoeveel windturbines zijn voorzien óp een waterkering en hoeveel windturbines er zijn voorzien binnen een beschermingszone A van een waterkering. Het plaatsen van windturbines op waterkeringen en in de beschermingszone A is op basis van het beleid van het waterschap niet vergunbaar. Daarmee zijn deze alternatieven vooralsnog niet vergunbaar.

Tevens is voor de 11 MER-alternatieven inzichtelijk gemaakt of er windturbines binnen de gecombineerde buffer ‘beschermingszone A + werpafstand bij nominaal toerental’ zijn gepositioneerd. Deze laatste categorie geeft een globale indicatie van de trefkans van een waterkering van de windturbines als gevolg van faalscenario’s. Door het Waterschap wordt een dergelijke gecombineerde buffer niet als beoordelingscriterium beschouwd, maar de buffer geeft voor dit MER wel een goede indicatie. Een risicoanalyse waarin de daadwerkelijke trefkans op de waterkering als gevolg van falende windturbines wordt berekend, zal worden uitgevoerd voor het VKA. Het waterschap zal deze eventuele trefkans op een primaire, regionale of compartimenteringswaterkering beoordelen in het kader van de watervergunningaanvraag.

Tabel - Aantal windturbines op waterkeringen, binnen beschermingszone A en binnen de werpafstand bij nominaal toerental van een beschermingszone A
Aantal windturbines op waterkeringen, binnen beschermingszone A en binnen de werpafstand bij nominaal toerental van een beschermingszone A

Uit bovenstaande tabel volgt dat binnen de MER-alternatieven M8, M9 en M10 windturbines zijn voorzien op de regionale waterkering nabij de rivier de Mark, deze turbines zijn derhalve niet vergunbaar. Hetzelfde geldt voor een windturbine binnen alternatief M2 die binnen de beschermingszone A staat van de regionale waterkering.

Waterbergingsgebied
Uit de Verordening Ruimte van de Provincie Noord-Brabant en de Keur van het waterschap Brabantse Delta volgt een aantal regels waaraan voldaan moet worden bij het uitvoeren van activiteiten in een waterbergingsgebied:

Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van een bergingsgebied door daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder;

a. het maaiveld te verhogen;
b. waterkerende constructies aan te brengen, te wijzigen of te verwijderen;
c. bouwwerken aan te brengen of te wijzigen.

Bovenstaande heeft betrekking op alle activiteiten die een negatief effect hebben op de bergingscapaciteit. Het gaat hierbij om grotere ingrepen waarvan redelijkerwijs kan worden vastgesteld dat deze invloed hebben op de bergingscapaciteit zoals het verhogen van het maaiveld, het aanbrengen, wijzigingen of verwijderen van waterkerende constructies en het oprichten of vergroten van bouwwerken. De realisatie van windturbines betreft het oprichten van bouwwerken. Verlies aan waterberging ten gevolge van de realisatie van windturbines dient volledig te worden gecompenseerd. Tevens mag de realisatie van de windturbines geen negatieve invloed hebben op de werking van het bergingsgebied.
Voor de 11 MER-alternatieven is met behulp van een GIS-analyse beoordeeld hoeveel windturbines zijn voorzien binnen een waterbergingsgebied. De resultaten hiervan zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Zie naastgelegen figuur voor de waterbergingsgebieden binnen het noordelijk deel van het plangebied. In de overige gedeeltes van het plangebied bevinden zich geen waterbergingsgebieden.

Tabel - Aantal windturbines binnen waterbergingsgebied
Aantal windturbines binnen waterbergingsgebied.

Uit bovenstaande tabel volgt dat voor alle alternatieven, met uitzondering van M2, M7 en M11, windturbines zijn voorzien binnen een waterbergingsgebied, deze zijn derhalve vergunningplichtig.

Figuur - Ligging overstromingsgebied langs de Mark.
Ligging overstromingsgebied langs de Mark


Het overstromingsgebied langs de Mark ligt buitendijks. Het waterschap is geen voorstander van buitendijkse ontwikkelingen. Dit is verwoord in de beleidsregel ‘Buitendijks bouwen’. Op basis van dit beleid kan slechts onder strikte voorwaarden gebouwd worden in buitendijkse gebieden. Daarbij mag eveneens de doorstromingscapaciteit niet afnemen.

De wijze van compenseren is niet voor de 11 MER-alternatieven, maar enkel voor het VKA nader uitgewerkt in paragraaf 9.3.5.

Score milieuthema water

De MER-alternatieven scoren als volgt op het milieuthema water.

Tabel - Score milieuthema water
Score milieuthema water

 

 

 

 

[1]     Een kraanopstelplaats voor één windturbine is ca. 1000 m2 (25m x 40m). Het project windenergie A16 gaat uit van ca. 30 tot 40 windturbines, waarmee een grens van 10.000 m2  ruim wordt overschreden.

[2]     Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig.

[3]     Keur voor waterschap Brabantse Delta 2015

[4]     De als zodanig in de legger aangegeven lijn van de onderrand van een waterkering, dan wel, bij afwezigheid van een legger, de lijn waar talud en maaiveld elkaar snijden

[5]     Geografisch informatiesysteem

 

Waterstaatswerken (incl. beschermingszone A en gecombineerde bufferzone) en waterbergingsgebieden in noordelijk deel plangebied (rood gearceerd)
Figuur - Waterstaatswerken (incl. beschermingszone A en gecombineerde bufferzone) en waterbergingsgebieden in noordelijk deel plangebied (rood gearceerd)