Beknopt

4.1. Rijksbeleid

De Raad en Europees parlement hebben richtlijn 2009/28/EG vastgesteld op grond waarvan Nederland wordt verplicht om in 2020 14% van het totale bruto eindverbruik aan energie op te wekken met behulp van hernieuwbare bronnen. Deze richtlijn vormt de basis voor het rijksbeleid ten aanzien van de opwekking van duurzame energie.  Om tot een duurzame energiehuishouding te komen heeft het toenmalige Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (min. EL&I) in het energierapport (2011)[1] vastgelegd te willen investeren in duurzame energie. Dit heeft onder andere geresulteerd in de doelstelling om in 2020 minstens 6.000 Megawatt (MW) aan windenergie op land te hebben staan. In de Structuurvisie Wind op Land[2] is - na overleg met de provincies - ook een doelstelling opgenomen voor de hoeveelheid gerealiseerd vermogen per provincie in 2020. De provincie Noord-Brabant heeft een opgave van 470,5 MW opgesteld vermogen.

 

[1]     Energierapport 2011. Ministerie van EL&I, 2011.

[2]     Structuurvisie Windenergie op land. Ministerie van I&M, 31 maart 2014.

De Raad en Europees parlement hebben richtlijn 2009/28/EG vastgesteld op grond waarvan Nederland wordt verplicht om in 2020 14% van het totale bruto eindverbruik aan energie op te wekken met behulp van hernieuwbare bronnen. Deze richtlijn vormt de basis voor het rijksbeleid ten aanzien van de opwekking van duurzame energie.

Om tot een duurzame energiehuishouding te komen heeft het toenmalige Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (min. EL&I) in het energierapport (2011)[1] vastgelegd te willen investeren in duurzame energie. Dit heeft onder andere geresulteerd in de doelstelling om in 2020 minstens 6.000 Megawatt (MW) aan windenergie op land te hebben staan. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)[2] geeft het rijk aan dat de overgang naar duurzame energie om meer ruimte vraagt. Om te waarborgen dat er in Nederland voldoende ruimte wordt gereserveerd voor windenergie zijn in samenwerking met de provincies kansrijke gebieden aangewezen. Dat is gebeurd op landschappelijke en natuurlijke kenmerken.

In het  SER Energieakkoord[3] zijn de doelen nog eens bevestigd en vastgelegd. In de Structuurvisie Wind op Land[4] is - na overleg met de provincies - ook een doelstelling opgenomen voor de hoeveelheid gerealiseerd vermogen per provincie in 2020. De provincie Noord-Brabant heeft een opgave van 470,5 MW opgesteld vermogen. Ten behoeve van de besluitvorming over de Structuurvisie Wind op Land is tevens een PlanMER opgesteld. In dit PlanMER is de A16 onderzocht als locatie voor grootschalige windenergie. Zie onderstaand figuur voor de onderzochte gebieden voor grootschalige windenergie in Zuidwest Nederland.

 

[1]     Energierapport 2011. Ministerie van EL&I, 2011.

[2]     Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 13 maart 2012.

[3]     Energieakkoord voor Duurzame Groei. Sociaal Economische Raad, september 2013.

[4]     Structuurvisie Windenergie op land. Ministerie van I&M, 31 maart 2014.

Deel van gebieden onderzocht in PlanMER Structuurvisie WoL.
Figuur - Deel van gebieden onderzocht in PlanMER Structuurvisie WoL. A16 is grijs gemarkeerd.