Beknopt

7.2. Randvoorwaarden voor de alternatieven

In het MER moeten reëel te beschouwen alternatieven onderzocht worden. Voor de ontwikkeling van deze alternatieven is een aantal randvoorwaarden relevant. Deze zijn gebaseerd op de analyse van het beleidskader, de wet- en regelgeving, (lokale) politieke overwegingen en een beeldkwaliteitsvisie (BKV):

  • Opstelling van windturbines in overeenstemming met de Structuurvisie 2010 en de provinciale Verordening Ruimte 2014;
  • Voldoen aan wettelijke eisen ten aanzien van veiligheid, geluid en slagschaduw;
  • Voorkomen van significante effecten op instandhoudingsdoelstelling van natuurgebieden;
  • Komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  • Binnen ca. 1 km van de Rijksweg A16;
  • Minimaal 100 MW windenergie;
  • Verzorgen van afdoende onderlinge afstand (tegen windafvang).

In het MER moeten reëel te beschouwen alternatieven onderzocht worden. Voor de ontwikkeling van deze alternatieven is een aantal randvoorwaarden relevant. Deze zijn gebaseerd op de analyse van het beleidskader, de wet- en regelgeving, (lokale) politieke overwegingen en een beeldkwaliteitsvisie (BKV).

  • Opstelling van windturbines in overeenstemming met de Structuurvisie 2010 en de provinciale Verordening Ruimte 2014;
  • Voldoen aan wettelijke eisen ten aanzien van veiligheid, geluid en slagschaduw;
  • Voorkomen van significante effecten op instandhoudingsdoelstelling van natuurgebieden;
  • Komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  • Binnen ca. 1 km van de Rijksweg A16;
  • Minimaal 100 MW windenergie;
  • Verzorgen van afdoende onderlinge afstand (tegen windafvang).
     

Harde randvoorwaarden

Voor de ontwikkeling gelden enkele algemene randvoorwaarden:

  • Opstellingen van windmolens moeten in overeenstemming zijn met de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant;
  • Ze moeten voldoen aan wettelijke eisen ten aanzien van veiligheid, geluid en slagschaduw etc.;
  • Significante effecten op instandhoudingsdoelstelling van natuurgebieden moeten worden voorkomen;
  • Er dient een goede landschappelijke toepassing te zijn;
  • Ontoelaatbare effecten op een waterkering dienen voorkomen te worden.

Daarnaast worden voorwaarden gesteld vanuit de techniek. De windmolens moeten op voldoende onderlinge afstand staan om afvang van wind en zog-effecten en daarmee afname van het rendement van de windmolens te voorkomen. En er zijn technisch ‘harde’ randvoorwaarden:

  • Hogedruk gasleidingen, hoogspanning, evt. straalpaden;
  • Infra: wegen, waterwegen, spoorlijn;
  • Natura 2000;
  • Aaneengesloten woonbebouwing (niet: ‘losse’ woningen);
  • Invliegfunnels, laagvliegroutes;
  • Afstand tot Bevi-bedrijven[1].
     

Zachte randvoorwaarden

Daarnaast zijn er technisch ‘zachte’ randvoorwaarden:

  • Natuurwaarden (NNN);
  • Aantal woningen nabij windmolens en afstand tot woningen.

Zachte randvoorwaarden zijn zacht omdat er bij plaatsing van windmolens mitigerende maatregelen mogelijk zijn.

Belangrijk is de input vanuit landschap:

  • Rapport Landschaps- en energievisie;
  • Rapport Beeldkwaliteitsvisie.
     

Beeldkwaliteitsvisie (BKV)

Beeldkwaliteit van het landschap is gebaat bij heldere en leesbare concepten voor de toevoegingen van windenergie. In het geval van het projectgebied A16 vormt het een uitdaging om met alle wetmatige beperkingen en de verschillende landschapsstructuren te komen tot een eenduidig energielandschap. Door het nieuwe windpark aan te laten sluiten op de structuur van de A16-HSL wordt een eerste stap gezet in het ontwikkelen van het energielandschap, een landschap van de nieuwe tijd. Het energielandschap bevindt zich op het hele Brabantse deel van de A16 en strekt van Hollandsch Diep tot Hazeldonk. Het is belangrijk dat het energielandschap over het gehele traject als zodanig te beleven is. De volgende kernwoorden karakteriseren het samenhangend totaalconcept voor het energielandschap van de A16: autonoom, leesbaar, herkenbaar en flexibel.

De voorgaande thema’s worden in het BKV verder specifiek gemaakt en resulteren in een set met principes voor de ontwikkeling van een windpark met een hoge landschappelijke kwaliteit. Deze vormen samen met de landschappelijke analyse de basis voor een aantal van de MER-beoordelingscriteria en vormen daarmee een belangrijk onderdeel van het beoordelingskader (zie ook paragraaf 0). Onderstaande aspecten zijn van belang om te komen tot landschappelijke uitganspunten:

  • Configuratie en herkenbaarheid van de opstelling;
  • Leesbaarheid vanaf de hoge snelheid, belevingswaarde vanaf de infrabundel;
  • Invloed op de beleving vanaf de lage snelheid, belevingswaarde vanuit de omgeving;
  • Mogelijkheid tot een relatie met de A16 en een nieuw energielandschap;
  • Gefaseerde ontwikkeling en toekomstwaarde.

 

[1]     Besluit externe veiligheid (Bevi). Verplicht afstand te houden tussen gevoelige objecten en 
risicovolle bedrijven.