Beknopt

7.3. Ontwikkeling van alternatieven en varianten

Om te komen tot reële opstellingsalternatieven is er een uitgebreid voortraject doorlopen. In dit voortraject zijn op basis van verschillende informatiestromen opstellingsalternatieven en -varianten ontworpen, bijgeschaafd en getrechterd. Dit proces heeft zowel in de NRD-fase als in de MER-fase van het project Windenergie A16 plaatsgevonden. De volgende stappen zijn ondernomen om te komen tot de alternatieven voor de ontwikkeling van windenergie in de A16:

  • Opstellen van een landschaps- en energievisie;
  • In kaart brengen harde randvoorwaarden: belemmeringenkaart (zie Bijlage K);
  • Vier klankbordgroep-bijeenkomsten, twee in ´regio noord´ (gemeenten Drimmelen en Moerdijk), en twee in ´regio zuid´ (gemeenten Breda en Zundert);
  • Overleggen met het projectteam (ambtelijke werkgroep), landschapsdeskundigen en ontwerpers;
  • Overleggen met de bestuurlijke klankbordgroep (wethouders en gedeputeerde);
  • Visualisaties;
  • Enquête en interviews onder stakeholders.

Het traject heeft geleid tot de keuze van 6 NRD-alternatieven met opstellingen van windturbines:

Tabel - Opstellingsalternatieven NRD-fase
Opstellingsalternatieven NRD-fase

In januari 2017 zijn de alternatieven in schetsvorm uitgewerkt tot 24 opstellingsvarianten:

Tabel - Alternatieven NRD uitgewerkt in 24 opstellingsvarianten
Alternatieven NRD uitgewerkt in 24 opstellingsvarianten

Het gevolgde proces is iteratief waarin achtereenvolgens op basis van input en criteria twee keer verbeteringen zijn aangebracht in een set van 24 opstellingsvarianten. Dit heeft geresulteerd in 3 opeenvolgende sets opstellingsvarianten.

Set 1 is gemaakt door het kernteam op basis van de GIS-kaarten en landschapsanalyses gemaakt door Bosch & van Rijn en Bosch Slabbers.

Informatie vanuit de Klankbordgroepen die geleid heeft tot de verbeteringen zoals in set 2 zijn aangebracht, zijn:

  • Afstand tot dorp Moerdijk (ten oosten van A16) groter gemaakt.
  • Niet insluiten van kernen Zevenbergschenhoek, Langeweg.
  • Het vermogen van een variant beperken tot 100-120 MW (in plaats van 160 MW).

Informatie vanuit het Landschapsatelier, Publieksavonden, Inloopavonden, bewonersplatformen en de vier Raadsinformatieavonden, die geleid heeft tot de verbeteringen zoals in set 3 zijn aangebracht, zijn:

Landschapsdeskundigen:

  • Windmolen Zundert ten westen van A16 die uit de lijn staat weghalen.
  • Haakse/diagonale opstellingen op de snelweg zijn niet gewenst.
  • Model Poorten opschalen tot robuuste poorten.
  • Model Knooppunt Zonzeel aandikken ter onderscheid van Korte Lijnen.
  • Model Corridor aandikken ter onderscheid van Korte Lijnen

Publieksavonden / Inloopavonden:

  • Conform de in de NRD gepresenteerde alternatieven: het gebied rond Hazeldonk vrijlaten in 2 alternatieven (Corridor en Knooppunten).
  • Conform Verordening Ruimte: minimaal 3 windmolens per park, 2 kan niet.

Van set 3 is door de Stuurgroep het volgende geconstateerd:

  • Gemeente Moerdijk: invulling Klaverpolder met windmolens is niet conform een eerder genomen gemeentelijk raadsbesluit. Opgemerkt wordt dat de variant Twee poorten afwijkt van de uitgangspunten die de werkgroepen van de gebiedstafels hebben meegegeven.
  • Gemeente Zundert: alle varianten met meer dan 6 windmolens zijn niet conform het besluit van de gemeenteraad.
  • Gemeente Breda: een ondernemer tussen de waterzuivering en de wijk Haagse Beemden is in het bezit van een onherroepelijke vergunning voor 2x 850kW windmolens. Dit heeft een wettelijke status en hier dient terdege rekening mee gehouden te worden. (Nb: deze locatie komt terug in variant 3.)

Bovenstaande opmerkingen leiden tot 11 opstellingen in het MER die een grote diversiteit vertonen. Deze diversiteit staat in sommige gevallen op gespannen voet met het vigerende gemeentelijk beleid. De gemeentelijke voorkeurslocaties voor windenergie zoals aangegeven in het regionaal bod van de gemeenten uit 2011 komen elk in minstens één van de varianten terug.

In onderstaande tabel zijn de overgebleven MER-alternatieven opgesomd. Voor deze varianten is beknopt beschreven op basis waarvan de stuurgroep heeft besloten om de varianten te mee te nemen. Zie Bijlage N voor de afgevallen opstellingsvarianten en hun afwijzingsgronden.

Tabel - Opstellingsvarianten die onderzocht worden in het MER
Opstellingsvarianten die onderzocht worden in het MER

De figuur hieronder toont de 11 opstellingen.

Figuur - Overzicht van de 11 MER-alternatieven
Overzicht van de 11 MER-alternatieven

Om te komen tot reële opstellingsalternatieven is er een uitgebreid voortraject doorlopen. In dit voortraject zijn op basis van verschillende informatiestromen opstellingsalternatieven en -varianten ontworpen, bijgeschaafd en getrechterd. Dit proces heeft zowel in de NRD-fase als in de MER-fase van het project Windenergie A16 plaatsgevonden.
 

Proces NRD-fase

De volgende stappen zijn ondernomen om te komen tot de alternatieven voor de ontwikkeling van windenergie in de A16:

  • Opstellen van een landschaps- en energievisie;
  • In kaart brengen harde randvoorwaarden: belemmeringenkaart (zie Bijlage K);
  • Vier klankbordgroep-bijeenkomsten, twee in ´regio noord´ (gemeenten Drimmelen en Moerdijk), en twee in ´regio zuid´ (gemeenten Breda en Zundert);
  • Overleggen met het projectteam (ambtelijke werkgroep), landschapsdeskundigen en ontwerpers;
  • Overleggen met de bestuurlijke klankbordgroep (wethouders en gedeputeerde);
  • Visualisaties;
  • Enquête en interviews onder stakeholders.

Het landschap centraal
De Landschaps- en Energievisie (Bosch Slabbers 2016) is het belangrijkste document om te komen tot opstellingsalternatieven. Door in het begin van het traject veel aandacht te besteden aan landschappelijke aspecten van het gebied wordt het belangrijkste uitgangspunt, een optimale ruimtelijke toepassing van windmolens, gezekerd. De huidige windmolens zijn van een dusdanige maat en schaal dat zij niet meer landschappelijk ingepast kunnen worden. Hedendaagse windmolens dienen landschappelijk toegepast te worden. Zij dienen een logisch verhaal in het landschap te vertellen. Om tot een optimaal ruimtelijk ontwerp van windmolenalternatieven te komen zijn ook stroken grenzend aan het plangebied beschouwd. Studie heeft plaatsgevonden binnen het zeeklei-zoekgebied buiten de 1 km zone (zoals aangegeven in de Verordening Ruimte), met als doel om mogelijke voordelen in de opstelling niet op voorhand uit te sluiten.

Harde randvoorwaarden: belemmeringenkaart
Met GIS zijn de belangrijkste harde randvoorwaarden in kaart gebracht: aaneengesloten woonbebouwing, hogedruk-gasleidingen en hoogspanningsleidingen, infrastructuur (autowegen, spoorwegen en vaarwegen), invliegfunnels, laagvliegroutes en afstand tot BEVI bedrijven.
Hieruit is een belemmeringenkaart gedestilleerd, die gebruikt en getoond is bij alle bijeenkomsten en afwegingen.
NB: individuele woonbebouwing en gebieden met natuurwaarden zijn bij het zoeken van opstellingsalternatieven niet uitgesloten omdat hier mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen.

Energieweken
Tijdens de Energieweken (dat zijn 4 klankbordgroepbijeenkomsten die georganiseerd zijn door de provincie) is er gediscussieerd met lokale organisaties (dorps- en wijkraden, dorpstafels en energiecoöperaties) en belanghebbenden in het gebied (bijv. ZLTO, BMF, natuur- en vogelwerkgroepen, ondernemersverenigingen), in totaal zo´n 50 organisaties. De energietransitie in de regio en de impact daarvan op het landschap stonden hierbij centraal. Gezamenlijk is gekeken naar de mogelijk- en onmogelijkheden van windenergie. De resultaten zijn meegenomen om te komen tot de in het MER te onderzoeken opstellingsalternatieven. 

De belangrijkste uitkomsten:

  • Trechtering ordeningsprincipes: van de 11 alternatieven werd aangegeven welke de voorkeur hadden.
  • Informatievoorziening over het vervolgtraject.
  • Informatie over sociale en financiële participatie.

Workshops met gemeenten en deskundigen
Er zijn 4 bijeenkomsten georganiseerd met beleidsmedewerkers en landschappelijke deskundigen van provincie en gemeenten. De uitkomsten zijn gebruikt als voorbereiding van de energieweken en als eerste trechtering van de alternatieven.

Overleg met bestuurlijke klankbordgroep
Tijdens de NRD-fase zijn twee overleggen geweest met de bestuurlijke klankbordgroep. Daarin is gesteld dat windopstellingen buiten de 1 km zone langs de A16 in principe niet aan de orde zijn, tenzij het landschapsontwerp bij de klankbordgroepen op een groot draagvlak kan rekenen.
Er is besloten om een menukaart voor sociale participatie te maken.

Enquête en interviews onder stakeholders
Er is een online enquête uitgezet onder bewoners- en belangenorganisaties in de omgeving van de A16. De provincie Noord-Brabant heeft in ‘Nieuwsbrief 2 Windenergie A16’ de enquête aangekondigd. Invullen van de enquête was mogelijk tot 1 juli 2016. Deze informele peiling in het kader van het open planproces vervangt niet de inspraak en heeft ook niet een dergelijke status. Er zijn 158 enquêtes geretourneerd. De vragenlijst bestond uit twee onderdelen:

  • De ruimtelijke aspecten van windmolens.
  • Sociale randvoorwaarden.

De belangrijkste uitkomsten:

  • De afstand tot woningen vinden de geënquêteerden het belangrijkste aspect bij de plaatsing van windmolens, gevolgd door afstand tot natuurgebieden, de energieopbrengst van de windmolens, de hoogte van de windmolens en de opstelling van de windmolens.
  • Een lijnopstelling, zowel korte lijn als lange lijn heeft de voorkeur.
  • De meest geschikte locaties voor windenergie vindt men industriegebied, het zeekleigebied en de knooppunten van snelwegen.
  • Men vraagt speciaal aandacht om overlast bij woningen te voorkomen.

Op een gegeven moment is de enquête vermeld in dagblad “BN de Stem”, waardoor een grotere groep (veelal omwonenden en belanghebbenden) de enquête heeft ingevuld. Door deze laatste ontwikkeling is besloten om de enquête enkel te zien als een informele, indicatieve enquête, die inzicht geeft in hoe windenergie in de A16 leeft in West-Brabant. De resultaten van de enquête strookten met de informatie opgehaald tijdens de “Energieweken”-bijeenkomsten.
De feitelijke invloed van de enquête op de opstellingsalternatieven is beperkt te noemen.

Trechtering
Gedurende het traject heeft een trechtering plaatsgevonden. Het traject heeft geleid tot de keuze van 6 NRD-alternatieven met opstellingen van windturbines.
De trechtering naar deze 6 NRD-alternatieven heeft plaatsgevonden op basis van alle bovengenoemde informatiestromen. Hierdoor is het mogelijk dat een opstellingsalternatief dat als geschikt naar voren kwam via één informatiestroom is afgevallen op basis van andere informatiestromen. Zo waren tijdens de “Energieweken”-bijeenkomsten in Rijsbergen de opstellingsalternatieven met veel windmolens in het noordelijke zeekleigebied favoriet. Echter, vanuit een andere informatiestroom - de bestuurlijke overleggen - bleek dat de bestuurlijke/politieke ruimte daar lokaal is afgebakend. Opstellingsalternatieven die substantieel buiten de 1 km-zone reikten, konden niet op voldoende bestuurlijk draagvlak rekenen om te worden onderzocht in het MER. Dit is een motivatiegrond waarop van 11 voorlopige NRD-opstellingsalternatieven is gekomen tot 6 definitieve NRD-opstellingsalternatieven. Zie onderstaande tabel voor de overgebleven opstellingsalternatieven. Zie Bijlage M voor de afgevallen NRD-opstellingsalternatieven en hun afwijzingsgronden.

Tabel - Opstellingsalternatieven NRD-fase
Opstellingsalternatieven NRD-fase

Proces MER-fase

Voor de 6 NRD-opstellingsalternatieven kan een groot aantal varianten[1] worden bedacht. In januari 2017 zijn de alternatieven in schetsvorm uitgewerkt tot 24 opstellingsvarianten. Deze 24 varianten (zie onderstaande tabel) zijn vervolgens een trechteringsproces ingegaan. Hieronder wordt de methode beschreven die is gebruikt om het aantal opstellingsvarianten terug te brengen van 24 naar 11 MER-alternatieven.

Tabel - Alternatieven NRD uitgewerkt in 24 opstellingsvarianten
Alternatieven NRD uitgewerkt in 24 opstellingsvarianten

Het gevolgde proces is iteratief waarin achtereenvolgens op basis van input en criteria twee keer verbeteringen zijn aangebracht in een set van 24 opstellingsvarianten. Dit heeft geresulteerd in 3 opeenvolgende sets opstellingsvarianten. Vanuit de volgende groepen is input opgehaald:

  • Experts Provincie Noord-Brabant, Adviesbureau Bosch & van Rijn, Landschaps-architecten Bosch Slabbers (voor set 1, 2 en 3);
  • Ambtelijke werkgroep (voor set 1, 2 en 3);
  • Bestuurlijk Overleg (voor set 1, 2 en 3);
  • Klankbordgroep gedurende de ‘Klankbordgroepbijeenkomsten’ (voor set 1);
  • Inwoners en belangstellenden gedurende de ‘Publieksavonden’ en ‘Inloopavonden’ (voor set 2);
  • Landschapsdeskundigen van de provincie, gemeenten en het landschapsarchitectenbureau gedurende een ‘Landschapsatelier’ (voor set 2);
  • Raadsinformatieavonden (voor set 2).

Naast de input van de verschillende groepen is ook rekening gehouden met de volgende aspecten:

  • Van elk alternatief uit de NRD moet minstens één variant opgenomen zijn;
  • Er dient een spreiding te zijn binnen de verzameling van de varianten op het gebied van:
  • Hoogte windmolens (variatie van zowel hoog als laag).
  • Nominaal vermogen MW windmolens (zowel 2,5 als 4 MW).

Indien opstellingen op elkaar lijken kan dat een reden zijn om slechts één van beide te kiezen.

  • Opstellingsvarianten dienen een opgesteld vermogen te hebben van minimaal 100 MW. Indien een variant < 96 MW heeft wordt dit als een risico ervaren.
  • Opbrengst van een opstellingsvariant in kilowattuur (kWh);
  • Indicatieve effecten op het landschap;
  • Indicatieve effecten op de natuur;
  • Opbrengst van een opstellingsvariant t.b.v. sociale participatie;

Set 1 - Schetsen
Set 1 is gemaakt door het kernteam op basis van de GIS-kaarten en landschapsanalyses gemaakt door Bosch & van Rijn en Bosch Slabbers. Tijdens de samenstelling van set 1 zijn varianten die te ver buiten de 1 km zone vielen afgevallen (bijvoorbeeld Lange Lijnen - Zonzeelse polder).

Set 2  - Concept onderzoeksvarianten
Informatie vanuit de Klankbordgroepen die geleid heeft tot de verbeteringen zoals in set 2 zijn aangebracht, zijn:

  • Afstand tot dorp Moerdijk (ten oosten van A16) groter gemaakt.
  • Niet insluiten van kernen Zevenbergschenhoek, Langeweg.
  • Het vermogen van een variant beperken tot 100-120 MW (in plaats van 160 MW).

Set 3 - Onderzoeksvarianten
Informatie vanuit het Landschapsatelier, Publieksavonden, Inloopavonden, bewonersplatformen en de vier Raadsinformatieavonden, die geleid heeft tot de verbeteringen zoals in set 3 zijn aangebracht, zijn:

Landschapsdeskundigen:

  • Windmolen Zundert ten westen van A16 die uit de lijn staat weghalen.
  • Haakse/diagonale opstellingen op de snelweg zijn niet gewenst.
  • Model Poorten opschalen tot robuuste poorten.
  • Model Knooppunt Zonzeel aandikken ter onderscheid van Korte Lijnen.
  • Model Corridor aandikken ter onderscheid van Korte Lijnen

Publieksavonden / Inloopavonden:

  • Conform de in de NRD gepresenteerde alternatieven: het gebied rond Hazeldonk vrijlaten in 2 alternatieven (Corridor en Knooppunten).
  • Conform Verordening Ruimte: minimaal 3 windmolens per park, 2 kan niet.

In set 3 is, vanuit de indicatieve beoordeling, opstellingsvariant 21 aangeduid als de variant die het minst overlast geeft aan omwonenden. Het was de wens van de Commissie m.e.r. in de NRD om dit te onderzoeken.

Van set 3 is door de Stuurgroep het volgende geconstateerd:

  • Gemeente Moerdijk: invulling Klaverpolder met windmolens is niet conform een eerder genomen gemeentelijk raadsbesluit. Opgemerkt wordt dat de variant Twee poorten afwijkt van de uitgangspunten die de werkgroepen van de gebiedstafels hebben meegegeven.
  • Gemeente Zundert: alle varianten met meer dan 6 windmolens zijn niet conform het besluit van de gemeenteraad.
  • Gemeente Breda: een ondernemer tussen de waterzuivering en de wijk Haagse Beemden is in het bezit van een onherroepelijke vergunning voor 2x 850kW windmolens. Dit heeft een wettelijke status en hier dient terdege rekening mee gehouden te worden. (Nb: deze locatie komt terug in variant 3.)

Bovenstaande opmerkingen leiden tot 11 opstellingen in het MER die een grote diversiteit vertonen. Deze diversiteit staat in sommige gevallen op gespannen voet met het vigerende gemeentelijk beleid.

Wettelijke en politiek-bestuurlijke kaders spelen vanzelfsprekend een belangrijke rol in de uiteindelijke besluitvorming over het Windpark A16. In de huidige onderzoeksfase is het van belang een scherp onderscheid te maken tussen twee categorieën:

  1. direct werkende, wettelijke verbodsbepalingen zonder bestuurlijke afwegingsruimte; Voorbeeld: een hoogtebeperking uit oogpunt van veilig vliegverkeer;
  2. wettelijke en politiek-bestuurlijke kaders die weliswaar zwaar wegen maar ten behoeve van een bestuurlijk-juridisch houdbaar voorkeursalternatief VKA nog eens expliciet afgewogen dienen te worden; Voorbeelden:
    1. de bepaling in de provinciale Verordening Ruimte dat windturbines in het Natuurnetwerk Brabant niet mogelijk zijn;
    2. het eerder genomen raadsbesluit van de gemeente Moerdijk met betrekking tot Klaverpolder;
    3. het eerder genomen raadsbesluit van de gemeente Zundert met betrekking tot het maximum van 6 windmolens.

De Raad van State heeft bepaald dat energietransitie met windmolens op land een zodanig zwaarwegend maatschappelijk belang betreft dat het een expliciete afweging met bestaande wettelijke en politiek-bestuurlijke kaders van de tweede categorie kan rechtvaardigen als er geen alternatieven beschikbaar zijn.
Vandaar dat toch een aantal locaties in het onderzoek wordt opgenomen waarvoor een hoog beschermingsniveau geldt en/of politiek-bestuurlijke kaderstelling heeft plaatsgevonden. In de besluitvormingsfase - te beginnen met de keuze van een voorkeursalternatief (VKA) - zal expliciet worden of deze locaties definitief kunnen afvallen bij beschikbaarheid van geschikte alternatieven.

De gemeentelijke voorkeurslocaties voor windenergie zoals aangegeven in het regionaal bod van de gemeenten uit 2011 komen elk in minstens één van de varianten terug.

In onderstaande tabel zijn de overgebleven MER-alternatieven opgesomd. Voor deze varianten is beknopt beschreven op basis waarvan de stuurgroep heeft besloten om de varianten te mee te nemen. Zie Bijlage N voor de afgevallen opstellingsvarianten en hun afwijzingsgronden.

Tabel - Opstellingsvarianten die onderzocht worden in het MER
Opstellingsvarianten die onderzocht worden in het MER

Bandbreedte MER-alternatieven

In de notitie Reikwijdte en Detailniveau is beschreven wat voor windturbines onderzocht worden in het MER. Zie onderstaande tabel.

Tabel - Bandbreedte van eigenschappen van windturbines in het MER (overgenomen uit NRD).
Bandbreedte van eigenschappen van windturbines in het MER (overgenomen uit NRD).

In de MER-alternatieven komen drie afmetingsklassen van windturbines voor, te weten:

  • Hoge windturbines met een grote rotordiameter en hogere tiphoogte
  • Lage windturbines met een kleinere rotordiameter en lagere tiphoogte
  • Beperkte windturbines met afmetingen die door externe factoren beperkt zijn (zoals beperking vanwege aanvliegroute vliegveld, of aansluiting bij een bestaand windpark).

Om concreet onderzoek uit te voeren (bijvoorbeeld naar geluid en slagschaduw) is het nodig om windturbinetypes te selecteren. Hierbij is een keuze gemaakt voor representatieve windturbinetypes bij de drie afmetingsklassen, waarbij de bandbreedte uit de NRD (onderstaande tabel) in het achterhoofd is gehouden[2].

Tabel - Windturbinetypes in de MER-alternatieven
Windturbinetypes in de MER-alternatieven

Voor externe veiligheid (paragraaf 8.8) zijn voor de typen ‘Laag’ en ‘Hoog’ alternatieve typen gekozen, die vanuit dat milieuthema worst-case scoren.
 

MER-alternatieven

De 11 MER-alternatieven (zoals ook weergegeven in onderstaande tabel) hebben de onderstaande verdeling in windturbineklassen.

Tabel - MER-alternatieven – aantallen, afmetingsklassen en totale vermogens
MER-alternatieven – aantallen, afmetingsklassen en totale vermogens

De figuur hieronder toont de 11 opstellingen.

Figuur - Overzicht van de 11 MER-alternatieven
Overzicht van de 11 MER-alternatieven

 

[1]     ‘Variant’ is van een kleiner ordeniveau dan ‘alternatief’. ‘Varianten’ zijn dus uitwerkingen van ‘alternatieven’.

[2]     Omdat de geluidsproductie van windturbines niet een-op-een afhankelijk is van de afmetingen is bij deze keuze ook gezorgd dat de windturbines niet uitzonderlijk stil of luid zijn binnen hun klasse. Zie voor nadere toelichting ook Bijlage A van het akoestisch rapport bij dit MER.