Beknopt

3.2. Kaderstellend plan

Uit de Wet Milieubeheer (Wm) volgt dat voor plannen die belangrijke nadelige effecten kunnen hebben op het milieu een MER moet worden opgesteld. In de bijlagen bij het Besluit milieueffectrapportage (besluit m.e.r.) zijn de plannen genoemd waarvoor een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling verplicht is. Het inpassingsplan waarin het windenergieproject wordt uitgewerkt valt binnen categorie D22.2 van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Het gaat hier om:

De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windmolenpark, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:

  • een gezamenlijk vermogen van 15 megawatt (elektrisch) of meer, of
  • 10 windmolens of meer.

Omdat het voorliggende windenergieproject binnen deze omschrijving valt (de verschillende alternatieven en varianten hebben een vermogen van meer dan 15 MW en bestaan uit meer dan 10 windmolens, zie Tabel 27, is het windenergieproject m.e.r.-beoordelingsplichtig. Het inpassingsplan is het kaderstellend plan voor het m.e.r.-(beoordelings)plichtige project en is daarom planm.e.r.-plichtig (Wet milieubeheer).

De Structuurvisie van de provincie Noord-Brabant[1] moet volgens het Besluit m.e.r. als een kaderstellend plan worden aangemerkt. Het planMER[2] behorende bij de Structuurvisie kent een abstractieniveau dat aansluit op het abstractie- en schaalniveau van diezelfde Structuurvisie 2010. Het PlanMER stelt dan ook:
“…..De daadwerkelijk optredende effecten hangen echter sterk af van de verdere uitwerking van de activiteiten en dienen bij concrete initiatieven in beeld gebracht te worden (onder andere in de omgevingstoets en eventuele besluit-m.e.r.-procedures). Daarnaast is het onzeker in welke mate het beleid uit de SVRO bijdraagt aan doelen die de provincie heeft op het gebied van duurzame energie en afname van ammoniakemissie en geurhinder.”

In het planMER behorende bij de Structuurvisie 2010 heeft geen verdieping van milieuonderzoek plaatsgevonden voor windenergie binnen de A16-zone, noch voor andere locaties in de provincie Noord-Brabant.

Het planMER[3] behorende bij de Structuurvisie Windenergie op Land, uitgevoerd in opdracht van de Rijksoverheid, is wel in detail ingegaan op windenergie in de A16-zone. De ruimtelijke afwegingen uit dit planMER vormen de basis voor de locatieonderbouwing in het voorliggende gecombineerde MER voor de A16.

 

[1]     Structuurvisie 2010 - Partiële herziening 2014, vastgesteld 2 juli 2014.

[2]     Plan-MER Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant; Hoofdrapport. Provincie Noord-Brabant, 26 november 2009.

[3]     Plan-MER Structuurvisie Windenergie op Land. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, maart 2013.