Beknopt

8.2. Geluid

Windturbines produceren geluid. Windturbines vallen onder het Activiteitenbesluit. Volgens dit besluit is de maximaal toegestane waarde ter plaatse van geluidsgevoelige objecten[1] 47 dB Lden en 41 dB Lnight. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidsbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. Met de norm wordt recht gedaan aan het feit dat geluid ’s nachts en ’s avonds als storender ervaren kan worden dan overdag. Het geluid wordt berekend als een gemiddelde, waarbij ’s avonds en ’s nachts respectievelijk 5 en 10 dB bij de berekende geluidsbelasting moet worden opgeteld.

Voor de alternatieven is de geluidsemissie naar de omgeving berekend conform het “Reken- en meetvoorschrift windturbines” uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Hierbij zijn de volgende beoordelingscriteria gehanteerd:

  • Aantal geluidsgevoelige objecten met een Lden groter dan 42 dB.
  • Aantal geluidsgevoelige objecten met een Lden groter dan 47 dB.

Om een goede afweging te kunnen maken tussen de voor- en nadelen van windenergie worden bovenstaande criteria ook relatief ten opzichte van de elektriciteitsproductie beschouwd.

In het kader van zorgvuldigheid en volledigheid is ook de cumulatie van geluid met andere geluidsbronnen onderzocht. Waar het dan om gaat is de toename van het opgetelde geluidsniveau. Hiervoor is een beoordelingscriterium opgesteld aan de hand van de GES-methodiek, waarbij GES staat voor gezondheidseffectscreening.

De berekende aantallen woningen binnen de bovengenoemde geluidscontouren zijn hieronder weergegeven.


Aantal woningen met Lden groter dan 42 (geel) en 47 (rood) dB, per MER-alternatief.

 

[1]     Onder geluidsgevoelige objecten worden verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen. Bron: Wet geluidhinder.

Toetsingskader

Windturbines produceren geluid, dat meestal wordt omschreven als suizend of zoevend. Er is veel onderzoek gedaan naar windturbinegeluid en de effecten van blootstelling aan dit geluid. Op basis van deze onderzoeken zijn relaties bepaald tussen de hinderbeleving en de blootstelling aan geluidniveaus. Dit zijn dosis-effectrelaties waarbij met de mate van blootstelling een bepaalde mate van effect gepaard gaat. Deze relaties vormen de basis voor de geluidwetgeving in Nederland.
Windturbines vallen onder het Activiteitenbesluit. Volgens dit besluit is de maximaal toegestane waarde ter plaatse van geluidsgevoelige objecten[1] 47 dB Lden en 41 dB Lnight. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidsbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. Met de norm wordt recht gedaan aan het feit dat geluid ’s nachts en ’s avonds als storender ervaren kan worden dan overdag. Het geluid wordt berekend als een gemiddelde, waarbij ’s avonds en ’s nachts respectievelijk 5 en 10 dB bij de berekende geluidsbelasting moet worden opgeteld. De norm staat beschreven in artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Het rapport waarin de geluidseffecten van de MER-alternatieven zijn berekend, is opgenomen als bijlage A bij dit MER.
 

Referentiesituatie

De geluidsbelasting als gevolg van de MER-alternatieven wordt in eerste instantie beschouwd zonder deze af te zetten tegen de referentiesituatie voor geluid (bestaande windturbines, wegverkeer, railverkeer, industrie). Cumulatie met andere geluidsbronnen wordt wel meegenomen bij het bepalen van de toename van het gecumuleerde geluidsniveau. Dit is een apart beoordelingscriterium.
 

Beoordelingscriteria

Voor de alternatieven is de geluidsemissie naar de omgeving berekend conform het “Reken- en meetvoorschrift windturbines” uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Hierbij zijn de volgende beoordelingscriteria gehanteerd:

  • Aantal geluidsgevoelige objecten met een Lden groter dan 42 dB.
  • Aantal geluidsgevoelige objecten met een Lden groter dan 47 dB.

Om een goede afweging te kunnen maken tussen de voor- en nadelen van windenergie worden bovenstaande criteria ook relatief ten opzichte van de elektriciteitsproductie beschouwd.

De wetgeving voor geluid van windturbines beschouwt windturbinegeluid niet in samenhang met andere mogelijke geluidsbronnen. In het kader van zorgvuldigheid en volledigheid is ook de cumulatie van geluid met andere geluidsbronnen onderzocht. Waar het dan om gaat is de toename van het opgetelde geluidsniveau. Hiervoor is een beoordelingscriterium opgesteld aan de hand van de GES-methodiek, waarbij GES staat voor gezondheidseffectscreening (zie ook 8.2.9).
 

Effectbeoordeling

Onderstaande tabel toont welke resultaten leiden tot welke score. Omdat er geen positieve score mogelijk is zijn deze klassen niet in de tabel opgenomen.

Tabel - Beoordelingscriteria milieuthema geluid
Effectbeoordeling geluid

 

 

 

 

Methode

In het akoestisch onderzoek is met het rekenprogramma GeoMilieu de geluidsbelasting van de MER-alternatieven berekend. GeoMilieu houdt rekening met verschillende omgevingspecifieke kenmerken, zoals het windaanbod en de mate van reflectie van de bodem. Het programma zoekt hiervoor aansluiting bij het “Reken- en meetvoorschrift windturbines” uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer.

In een eerste rekenronde zijn per alternatief twee geluidscontouren berekend (42 en 47 dB Lden) die grafisch weergeven hoe hoog de jaargemiddelde Lden-geluidsbelasting is op elke plek rondom het windpark. Een 47 dB Lden-contour wil zeggen dat de jaargemiddelde Lden-geluidsbelasting binnen de contour hoger is dan 47 dB Lden en erbuiten 47 dB Lden of lager. Daarnaast is een 42 dB Lden-contour getekend. Deze ligt op een afstand waar het geluid wel binnen de norm blijft, maar nog steeds hoorbaar kan zijn en er dus ook een milieueffect aanwezig is. De geluidscontouren zijn voor de elf MER-alternatieven weergegeven in bijlage E bij het akoestisch rapport.

In een tweede rekenronde is bij geluidsgevoelige objecten in de buurt van het windpark berekend wat de jaargemiddelde geluidsbelasting is (zowel Lnight als Lden).

Als ‘nabijgelegen toetspunten’ zijn in dit MER alle geluidsgevoelige objecten beschouwd die binnen 300 meter van de berekende 42 dB Lden-contour van tenminste één van de elf MER-alternatieven zijn gelegen.

Het gehele onderzoek is te vinden in bijlage A; hieronder worden de resultaten gegeven.
 

Resultaten

Om de MER-alternatieven te vergelijken op het milieueffect geluid gebruiken we de beoordelingscriteria uit paragraaf 8.2.3. De uitkomsten van de berekening staan hieronder.

Tabel - Resultaten geluidsonderzoek: het aantal woningen waar per alternatief een hogere jaargemiddelde geluidsbelasting optreedt dan 47 en 42 dB Lden.
Resultaten geluidsonderzoek: het aantal woningen waar per alternatief een hogere jaargemiddelde geluidsbelasting optreedt dan 47 en 42 dB Lden.
N.B. in bovenstaande tabel zijn ook de woningen meegeteld die eventueel kunnen gaan behoren tot de sfeer van de inrichting (bedrijfswoningen, behorend bij het windpark).

De berekende aantallen woningen zijn ook weergegeven in onderstaande figuur:

Figuur - Aantal woningen met Lden groter dan 42 (geel) en 47 (rood) dB, per MER-alternatief
Aantal woningen met Lden groter dan 42 (geel) en 47 (rood) dB, per MER-alternatief.
 

Relatieve resultaten

Naast de absolute beoordelingscriteria (aantal woningen) is het milieueffect geluid ook uitgedrukt ten opzichte van de energieproductie (aantal woningen per GWh/jaar). De jaarlijkse verwachte energieproductie per MER-alternatief staat in paragraaf 8.12 uitgebreid beschreven, maar wordt hier aangehaald t.b.v. de relatieve beoordeling.

Tabel - Verwachte netto-energieproductie van de MER-alternatieven en de relatieve effectbeoordeling van het milieuthema geluid, uitgedrukt in het aantal woningen uit Tabel 32 gedeeld door de netto-energieproductie.
Verwachte netto-energieproductie van de MER-alternatieven en de relatieve effectbeoordeling van het milieuthema geluid, uitgedrukt in het aantal woningen uit Tabel 32 gedeeld door de netto-energieproductie.

 

Cumulatie van geluidsbronnen

De effecten van cumulatie van het geluid van windturbines met andere bronnen (wegen, spoorwegen, industrie, bestaande windturbines) is in dit MER beoordeeld middels de Gezondheidseffectscreening (GES). Zie daarvoor de volgende paragraaf.
 

Windturbines en gezondheid: GES

GES staat voor gezondheidseffectscreening. GES is ontwikkeld om bij ruimtelijke planvorming in beeld te brengen wat de werkelijke gezondheidsrisico’s zijn rondom enkele milieufactoren, in aanvulling op wettelijke milieunormen of afspraken, die lang niet altijd voldoende zijn om risico’s en klachten te vermijden. Niet alleen de feitelijke kwaliteit in de omgeving wordt daarbij in aanmerking genomen, maar ook het aantal blootgestelde mensen. Geluid is één van de milieusegmenten die beoordeeld wordt op mogelijke gezondheidseffecten. (Bron: InfoMil).

Voor windenergie geldt dat geluid het enige aspect is dat in verband wordt gebracht met gezondheid. Daarom wordt bij de bepaling van de GES-score enkel de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen beschouwd.

Aangezien de cumulatieregels alle geluid omrekenen naar wegverkeer-equivalente geluidsniveaus, wordt de GES-beoordeling van wegverkeer gehanteerd om het gecumuleerde geluidsniveau om te rekenen naar een GES-score. Op deze manier krijgt dus elke woning een GES-score. Een GES-score is een getal van 0 t/m 8, waarbij bij score 6 het Maximaal Toelaatbare Risico wordt overschreden.

Alleen gevoelige objecten die nabij de MER-alternatieven liggen zijn meegenomen in de cumulatieberekening. Dit zijn 3.016 toetspunten in Nederland. Omdat er geen invoergegevens beschikbaar zijn voor de woningen in België zijn deze niet betrokken in de cumulatieberekening.

De som van de GES-scores van alle toetspunten is een (versimpelde) maat voor het totale gezondheidseffect van een situatie. De toename van deze totale GES-score is een beoordelingscriterium voor het MER.

Tabel - Toename GES-score
Toename GES-score

Zie voor meer informatie en de berekening bijlage A.
 

Score milieuthema geluid

Onderstaande tabel toont voor de beoordelingscriteria zoals in paragraaf 8.2.3 uiteengezet de resultaten van de 11 MER-alternatieven.

Tabel - Score milieuthema geluid
Score milieuthema geluid

 

Laagfrequent geluid

Een gedeelte van het geluid dat windturbines produceren heeft een frequentie van 4-125 Hz en wordt daarom geclassificeerd als laagfrequent geluid. Uit zienswijzen op eerdere windprojecten is gebleken dat de vrees bestaat dat laagfrequent geluid mensen ziek maakt en dat de Nederlandse geluidsnorm onvoldoende bescherming biedt, omdat bij de vaststelling  van de voor windturbinegeluid geldende norm van 47 dB op basis van Lden met deze informatie geen rekening zou zijn gehouden.

Om deze reden heeft de Staatssecretaris van I&M een brief aan de Tweede Kamer gestuurd[2] met twee onderzoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezond en Milieu (RIVM) en een literatuurstudie naar laagfrequent geluid door Bureau LBP|Sight.
Op grond van inzichten uit deze onderzoeken concludeert de Staatssecretaris dat de huidige norm voor geluidhinder van windturbines (47 dB-Lden en 41 dB-Lnight) en het bijbehorende reken- en meetvoorschrift voldoen en geen wijzigingen behoeven.

Laagfrequent geluid draagt inderdaad voor een klein deel bij in de hinderervaring van windturbinegeluid. Echter, deze hinder is op een verantwoorde manier voldoende beperkt door de huidige norm. De Staatssecretaris erkent dat gemiddeld 9 procent van de bewoners van woningen die op de normgrens belast zijn met windturbinegeluid zal zijn gehinderd. Dat is ook in lijn met de toelichting in 2009 van de toenmalige minister van VROM op de ontwerp-norm voor windturbinegeluid. Zoals al eerder is betoogd, is dat een beleidskeuze geweest waarbij de verschillende belangen zijn afgewogen.

De 47 dB Lden-norm is gebaseerd op de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren. Hierbij is gebruik gemaakt van empirisch onderzoek, waarbij ook rekening is gehouden met laagfrequent geluid (met een frequentie van 125 Hz of minder), wat een onderdeel van het geluidsspectrum van windturbinegeluid is. In dit MER wordt laagfrequent geluid niet apart beschouwd, omdat het een integraal onderdeel uitmaakt van de beoordeling van de Lden-normering.

Het geluid van moderne windturbines heeft een groter aandeel laagfrequent geluid dan oudere, kleinere windturbines. Dit kan zorgen voor een geringe toename van laagfrequent geluid ter plaatse van geluidsgevoelige objecten. De hoeveelheid laagfrequent geluid die windturbines produceren is echter nog steeds gering. De conclusie die in de brief van de Staatssecretaris wordt getrokken: dat de huidige Lden-normering voor windturbinegeluid ook voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid, blijft onveranderd.
Deze conclusie is recent bevestigd in een publicatie van de Duitse federale milieudienst van november 2016: “In terugblik op de akoestische effecten kan voor het laagfrequente geluid door windturbines met de huidige stand van onderzoek ervan uitgegaan worden dat deze in vergelijk met andere (natuurlijke en menselijke) bronnen zeer gering is, waardoor er geen negatieve effecten op de gezondheid optreden.” [3]

 

[1] Onder geluidsgevoelige objecten worden verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen. Bron: Wet geluidhinder.

[2]     Kenmerk brief: IENM/BSK-2014/44564.

[3]     Mögliche gesundheitliche Effekte von Windenergieanlagen, Umwelt Bundesamt, november 2016. Vertaling: Bosch & van Rijn

Geluidscontouren MER-alternatieven:
Gele vlakken >42 dB Lden. Rode vlakken >47 dB Lden. Met het uitvouwen van de legenda (pijl linksboven op de kaart) kunt u de geluidscontouren van de MER-alternatieven selecteren.