Beknopt

10.3. Effectbeoordeling bandbreedte voorkeursalternatief

In dit hoofdstuk wordt de effectbeoordeling bandbreedte voorkeursalternatief beschreven.

Geluid

Ten behoeve van de vergunningverlening is een apart akoestisch rapport opgesteld waarin de onder- en bovengrens van de bandbreedte zijn doorgerekend (zie Bijlage O). Aangezien het geluid dat windturbines produceren niet 1-op-1 schaalt met de afmetingen, is voor het milieuaspect geluid een viertal windturbinetypes uitgekozen die:

  • Voldoen aan de bandbreedte-eisen voor wat betreft afmetingen.
  • Een zo groot mogelijke bandbreedte voor geluid opspannen.

Zoals in paragraaf 10.2 gesteld, is gerekend met een bandbreedte waarbij per afmetingsklasse twee windturbinetypes zijn gekozen die een hoge en een lage geluidsproductie hebben. Hiervoor is eerst per afmetingsklasse een lijst opgesteld met een aantal verschillende types van verschillende fabrikanten. Hiervan is de jaargemiddelde geluidsemissie op de locatie van projectgebied bepaald, met de maximale ashoogte binnen de bandbreedte.

Binnen de bandbreedte voor de ‘beperkte’ afmetingsklasse blijkt dat de Vestas V110-2MW de hoogste gemiddelde geluidsemissie heeft en de Nordex N100-3,3 TES de laagste.

Binnen de bandbreedte voor de ‘hoge’ afmetingsklasse blijkt dat de Lagerwey L136-4500 de hoogste gemiddelde geluidsemissie heeft en de Vestas V136-4.0/4.2 de laagste.

In de verdere akoestische beschouwing van het VKA worden de N100 en V136 aangeduid met ‘ondergrens’ en de V110 en L136 met ‘bovengrens’. Onderstaande afbeelding toont de 47 dB Lden-contour van de onder- en bovengrens.

Figuur - 47- dB-Lden-contouren van de onder- (blauw) en bovengrens (rood). Ook weergegeven zijn geluidsgevoelige objecten, zowel nabijgelegen (zwart) als verder weg (oranje).
47- dB-Lden-contouren van de onder- (blauw) en bovengrens (rood). Ook weergegeven zijn geluids-gevoelige objecten, zowel nabijgelegen (zwart) als verder weg (oranje)

In geval van de ondergrens liggen er geen woningen van derden binnen zowel de Lden-47 dB-contour, als binnen de 41 dB Lnight-contour. Voor de bovengrens geldt dat er 9 woningen zijn waar de jaargemiddelde belasting Lden hoger is dan 47 dB, waarvan bij 7 woningen ook niet aan de Lnight norm van 41 dB wordt voldaan.

Voor deelgebied A wordt hieronder in detail de situatie beschreven, zie Bijlage O voor de gedetailleerde beschrijving van de overige deelgebieden. Deelgebied A bevat een inrichting van Rijkswaterstaat (RWS), 3 windturbines tussen de A16 en de spoorweg, en een inrichting van Nuon ten oosten van de spoorweg bestaande uit 6 windturbines. Per inrichting worden de geluidscontouren en immissiewaarden op nabijgelegen woningen beschouwd. Hierbij is alleen de geluidsproductie van de bovengrens meegenomen. Als (d.m.v. de bovengrens) is vastgesteld welke geluidsimmissie elke inrichting maximaal mag veroorzaken op omliggende geluidsgevoelige objecten is de corresponderende bijdrage van de ondergrens niet van belang.

Voor alle geluidsgevoelige objecten is het uitgangspunt dat eventueel optredende normoverschrijding moet worden voorkomen door mitigatiemaatregelen toe te passen op de dichtstbijgelegen inrichting.

Merk op dat de precieze manier van terugregelen niet relevant is (en ook nog niet kan worden berekend, aangezien het uiteindelijk te bouwen windturbinetype nog niet bekend is en per inrichting kan verschillen).

Figuur - Detailfiguur met de totale geluidcontour (rood), evenals de contouren van de inrichtingen ‘RWS’ (geel) en ‘Nuon’ (oranje). Geluidsgevoelige objecten in de nabije omgeving zijn met zwarte stippen weergegeven. Woningen die behoren tot de sfeer van de inrichting zijn gemerkt met dezelfde kleur als de geluidscontour van die inrichting.
Detailfiguur met de totale geluidcontour (rood), evenals de contouren van de inrichtingen ‘RWS’ (geel) en ‘Nuon’ (oranje). Geluidsgevoelige objecten in de nabije omgeving zijn met zwarte stippen weergegeven. Woningen die behoren tot de sfeer van de inrichting zijn gemerkt met dezelfde kleur als de geluidscontour van die inrichting.

Zoals uit bovenstaande figuur blijkt treedt, zonder mitigerende maatregelen, overschrijding op bij de woningen met adres Bredaschedijk 4 in Zevenbergschen Hoek en Zwaluwsedijk 7 in Moerdijk.

In beide gevallen is de inrichting NUON degene met de grootste bijdrage. Door voor deze inrichting een maximale immissie op de beide woningen voor te schrijven is het mogelijk om er zeker van te zijn dat kan worden voldaan aan de gezamenlijke 47 dB Lden-eis.

Tabel - Voorgesteld voorschrift inrichting Nuon om aan gezamenlijke maximale immissie van 47 dB Lden en 41 dB Lnight te kunnen voldoen. Een ‘-‘ betekent dat geen aanvullende norm noodzakelijk is.
Voorgesteld voorschrift inrichting Nuon om aan gezamenlijke maximale immissie van 47 dB Lden en 41 dB Lnight te kunnen voldoen. Een ‘-‘ betekent dat geen aanvullende norm noodzakelijk is.


Hiermee wordt aangetoond dat ook windturbines met de onderzochte jaargemiddelde bronsterktes aan de geluidsnorm uit het Activiteitenbesluit kunnen voldoen door toepassing van geluidbeperkende maatregelen. Turbinetypes in dezelfde MW-klasse hebben een gelijkwaardige geluidemissie. Geconcludeerd kan worden dat diverse windturbinetypes geplaatst kunnen worden op deze locatie, al dan niet door het toepassen van geluidbeperkende maatregelen. Geconcludeerd wordt dat het aspect geluid de uitvoering van het project niet in de weg staat.
 

Slagschaduw

Ten behoeve van de vergunningverlening is een apart slagschaduwrapport opgesteld waarin de onder- en bovengrens van de bandbreedte zijn doorgerekend (zie Bijlage P). De verwachte schaduwduur ter plaatse van woningen in de omgeving van het beoogde windpark is gemodelleerd met behulp van het programma WindPRO. Voor slagschaduw geldt in de basis dat het bereik waarbinnen slagschaduw optreedt, toeneemt met toenemende ashoogte en rotordiameter. Om de effecten van slagschaduw over de volledige bandbreedte te beschouwen, worden vier verschillende windturbinetypes onderzocht die de onder- en bovengrens van de bandbreedte van de twee windturbineklassen aangegeven.

Binnen de bandbreedte voor de ‘beperkte’ afmetingsklasse wordt de ondergrens gevormd door de Vestas V90-2.0 op 90m ashoogte en de bovengrens de Vestas V110-2.0 op 110m ashoogte.

Binnen de bandbreedte voor de ‘hoge’ afmetingsklasse wordt de ondergrens gevormd door de Vestas V136-4.0 op 122m ashoogte en de bovengrens de Vestas V150-4.0 op 135m ashoogte.

Onderstaande afbeelding toont de 5 uur en 40 minuten per jaar slagschaduwcontour van zowel de boven- als ondergrens. Hierbij wordt uitgegaan van een realistische meteorologische situatie. Dit wil dus zeggen dat er binnen deze contour naar verwachting jaarlijks meer dan 5 uur en 40 minuten slagschaduw optreedt, en er buiten minder.

Figuur -  5u:40m-slagschaduwcontouren van de boven- en ondergrens (bovengrens is rood, ondergrens oranje)
 5u:40m-slagschaduwcontouren van de boven- en ondergrens (bovengrens is rood, ondergrens oranje)

In geval van de ondergrens liggen er 318 woning van derden binnen de 5 uur en 40 minuten per jaar slagschaduwcontour. Voor de bovengrens geldt dat er 605 woningen zijn waar de slagschaduwduur naar verwachting meer dan 5 uur en 40 minuten per jaar bedraagt.

Voor deelgebied A wordt hieronder in detail de situatie beschreven, zie Bijlage P voor de gedetailleerde beschrijving van de overige deelgebieden. Deelgebied A bestaat uit twee inrichtingen. Per inrichting worden de slagschaduwcontouren en slagschaduwbelasting op nabijgelegen woningen beschouwd. Omdat de provincie Noord-Brabant wenst de wettelijke norm uit de Activiteitenregeling toe te passen op de samenhang van inrichtingen, geldt voor alle gevoelige objecten dat normoverschrijding moet worden voorkomen door mitigatiemaatregelen naar rato toe te passen op de veroorzakende inrichtingen. De stilstand per inrichting wordt berekend op basis van de percentuele hoeveelheid slagschaduw die de inrichting toevoegt aan een woning.

Figuur - Detailfiguur met de 5u:40m-slagschaduwcontour van de boven- en ondergrens van de inrichtingen RWS (links) en NUON (rechts). Bovengrens = rood, ondergrens = oranje
Detailfiguur met de 5u:40m-slagschaduwcontour van de boven- en ondergrens van de inrichtingen RWS (links) en NUON (rechts). Bovengrens = rood, ondergrens = oranje.

Zoals uit bovenstaande figuur blijkt treedt, zonder mitigerende maatregelen, overschrijding op bij gevoelige objecten.

Om aan de gewenste norm te voldoen mogen woningen cumulatief gezien niet meer dan 5 uur en 40 minuten slagschaduw per jaar ontvangen. Om hieraan te voldoen is stilstand benodigd. Onderstaande tabel geeft de benodigde stilstand (en de daarmee samenhangende opbrengstderving) voor de inrichtingen in deelgebied A om aan de gewenste norm te voldoen. De benodigde stilstand is per inrichting naar rato toebedeeld.

Tabel - Stilstand RWS in uren per jaar om aan de norm te voldoen
Stilstand RWS in uren per jaar om aan de norm te voldoen

Tabel - Stilstand NUON in uren per jaar om aan de norm te voldoen
Stilstand NUON in uren per jaar om aan de norm te voldoen

Hiermee wordt aangetoond dat windturbines met de onderzochte afmetingen aan de slagschaduwnorm uit de Activiteitenregeling kunnen voldoen. Geconcludeerd kan worden dat diverse windturbinetypes geplaatst kunnen worden op deze locatie, al dan niet voorzien van een stilstandvoorziening. De beperkte opbrengstderving brengt rendabele exploitatie van het project niet in gevaar. Geconcludeerd wordt dat het aspect slagschaduw de uitvoering van het project niet in de weg staat.
 

Bodem

De bandbreedte heeft geen effect op de onderzoeksresultaten uit paragraaf 9.3.4.
 

Water

De bandbreedte heeft geen effect op de onderzoeksresultaten uit paragraaf 9.3.5. De risicoanalyse voor de primaire en regionale waterkeringen (zie Bijlage R) is op basis van een worstcase-benadering uitgevoerd (bovenkant bandbreedte).
 

Archeologie

De bandbreedte heeft geen effect op de onderzoeksresultaten uit paragraaf 9.3.6.
 

Externe veiligheid

Voor de onder- en bovengrens van de bandbreedte is per inrichting een QRA opgesteld, zie Bijlage Q.

(Beperkt) Kwetsbare objecten
Op basis van de berekende risicocontouren en objecten is er per inrichting geanalyseerd of er wordt voldaan aan het Activiteitenbesluit. Om hieraan te voldoen mogen er geen (beperkt) kwetsbare objecten zich bevinden binnen respectievelijk de 10-5 en 10-6-contour.  Uit het onderzoek blijkt dat er bij alle inrichtingen wordt voldaan aan het Activiteitenbesluit.

Risicovolle installaties
Indien de windturbines niet substantieel bijdragen aan een hoger risico van de inrichting zullen de voor de inrichting geldende afstanden tot (beperkt) kwetsbare objecten en de Groepsrisico ook na plaatsing van de windturbines van kracht blijven. Om dit te toetsten is naar de toename van de catastrofale faalfrequentie van risicovolle installaties behorende tot de inrichting gekeken. Onderstaande tabel bevat de resultaten van de vergelijking van de trefkans van de windturbines met de intrinsieke faalkans van de installaties van de inrichtingen.

Uit de tabel is op te maken dat er bij twee installaties de richtwaarde van 10% wordt overschreden. Voordat de windturbines van de inrichtingen ‘WP RWS[1]’ en ‘WP Lage Zwaluwe’ gerealiseerd kunnen worden moet middels een QRA, waarin de effecten van de windturbines zijn toegevoegd aan de bestaande situatie van de installaties, worden aangetoond dat aan de eisen voor wat betreft externe veiligheid kan worden voldaan.

Voor de Inrichting ‘Nieuwveer’ geldt dat de risicoverhoging bij de bulkopslag 1000m3 boven de 10% komt. Echter, wanneer er wordt vergeleken met de referentiesituatie is er sprake van een verbetering van de situatie. Hierdoor is een nieuwe QRA niet nodig voor deze inrichting.

Tabel - Risicoverhoging per inrichting
Risicovolle installaties

Voor de Inrichting ‘Nieuwveer’ geldt dat de risicoverhoging bij de bulkopslag 1000m3 boven de 10% komt. Echter, wanneer er wordt vergeleken met de referentiesituatie is er sprake van een verbetering van de situatie. Hierdoor is een nieuwe QRA niet nodig voor deze inrichting.

Buisleidingen
Voor de vergunningaanvraag is onderzocht of er buisleidingen die gevaarlijke stoffen transporteren zich bevinden binnen de werpafstand bij nominaal toerental of binnen de masthoogte + 1/3de wieklengte. Onderstaande tabel geeft de resultaten van het onderzoek per inrichting.

Tabel- Buisleidingen binnen adviesafstand per inrichting
Buisleidingen

Uit bovenstaande tabel blijkt dat er alleen bij de inrichting ‘WP Lage Zwaluwe’ niet wordt voldaan aan de adviesafstand van Gasunie (o.b.v. bovengrens vergunningaanvraag). Om te waarborgen dat er een windturbine wordt geplaatst waarbij wordt voldaan aan de adviesstand van Gasunie adviseren wij om een planregel in het inpassingsplan op te nemen waarin wordt gewaarborgd dat het gebruik van een windturbinetype waarbij de werpafstand bij nominaal toerental groter is dan of gelijk is aan de afstand van het middelpunt van de mast van de windturbine tot de hartlijn van de meest nabijgelegen gasleiding niet is toegestaan. Hiervan kan bij een omgevingsvergunning van worden afgeweken van het bepaalde artikel, met inachtneming van het volgende:

  1. Uit onderzoek blijkt dat afwijken niet leidt tot onaanvaardbare externe veiligheidsrisico’s.
  2. Alvorens de omgevingsvergunning te verlenen wint het bevoegd gezag advies in bij de buisleidingexploitant.

Hoogspanningsinfrastructuur
Voor de vergunningaanvraag is onderzocht of er zich hoogspanningsinfrastructuur zich bevindt binnen de werpafstand bij nominaal toerental of valafstand. Hieruit blijkt dat er bij alle inrichtingen wordt voldaan aan de adviesafstand van TenneT.

Spoorwegen
Voor de vergunningaanvraag is onderzocht of er zich spoorwegen bevinden binnen de adviesafstand van ProRail. Hieruit blijkt dat er bij alle inrichtingen wordt voldaan aan de adviesafstand van ProRail.

Infrastructuur
Wegen - Voor de verschillende inrichtingen is er onderzocht of de windturbines overdraaien over een openbare weg. Indien er geen overdraai plaats wordt er voldaan aan de beleidsregel “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines, op in of over Rijkswaterstaatwerken”.

Tabel - Overdraai over openbare wegen per inrichting
Infrastructuur

Uit bovenstaande tabel blijkt dat er bij twee inrichtingen niet wordt voldaan aan de beleidsregel. Om de risico’s van de windturbines in kaart te brengen is de trefkans berekend en deze wordt vervolgens getoetst aan het IPR en MR.

Faalkans ‘WP Lage Zwaluwe’:                          8,62*10-13 per passage
Faalkans ‘WP Treeport’:                                   1,07*10-12 per passage

Voor de toetsing aan het IPR/MR wordt de inrichting ‘WP Treeport’’ als representatief beschouwd, gezien het feit dat deze de hoogste trefkans heeft.

Aan het IPR wordt voldaan zolang één passant niet meer dan 938.967 keer per jaar de turbine passeert. Dit komt overeen met 2572 passages per dag, gedurende een heel jaar, door een en dezelfde persoon. Tevens wordt aan het MR (2 * 10-3) voldaan zolang er niet meer dan 1.877.934.272 passanten per jaar de windturbines passeren. Gelet op de aard van de wegen is het niet realistisch dat het IPR en MR worden overschreden.

Vaarwegen
Voor de verschillende inrichtingen is er onderzocht of de windturbines voldoen aan de nieuwe adviesafstand van Rijkswaterstaat (wieklengte + 30 meter).

Tabel - Afstand tot vaarwegen per inrichting
Vaarwegen

Uit bovenstaande tabel blijkt dat er bij één inrichting niet wordt voldaan aan de adviesafstand van Rijkswaterstaat. Om de risico’s van de windturbines in kaart te brengen is de trefkans berekend en deze wordt vervolgens getoetst aan het IPR en MR.

Faalkans ‘Inrichting Gezamenlijk Plan Zonzeel’: 2,60*10-11 per passage

Aan het IPR wordt voldaan zolang één passant niet meer dan 38.461 keer per jaar de turbine passeert. Dit komt overeen met 105 passages per dag, gedurende een heel jaar, door een en dezelfde persoon. Tevens wordt aan het MR (2 * 10-3) voldaan zolang er niet meer dan 76.923.077 passanten per jaar de windturbines passeren. Gelet op de aard van de vaarweg is het niet realistisch dat het IPR en MR worden overschreden.
 

Landschap en cultuurhistorie

De beoordeling van het VKA in paragraaf 9.3.8 geeft een goed beeld van het voorkeursalternatief. De bandbreedte resulteert dan ook niet in een andere beoordeling of conclusie.
 

Ecologie

De bandbreedte heeft geen effect op de onderzoeksresultaten van het voorkeursalternatief zoals beschreven in paragraaf 9.3.10. Zie hoofdstuk 14 uit het Natuuronderzoek (Bijlage G). De compensatieopgave die optreedt als gevolg van verstoring van NNB is in paragraaf 9.3.10 reeds bepaald voor de bovengrens; 7 hectare.

 

[1]     De reden dat er voor de inrichting ‘WP RWS’ een QRA uitgevoerd moet worden is, omdat de gezamenlijke risicotoevoeging van Inrichting WP RWS en WP Lage Zwaluwe op het emplacement Lage Zwaluwe boven de richtwaarde van 10% zit.

Geluidscontouren bandbreedte VKA:
Donkerrode vlak >47 dB Lden ondergrens. Rode vlak >47 dB Lden bovengrens.