Beknopt

8.10. Cultuurhistorie

Voor het toetsen van de effecten van windenergie in de A16 op het thema cultuurhistorie wordt er gekeken naar de fysieke aantasting van cultuurhistorische waarden. Het beoordelingscriterium is in principe het aantal windturbines gelegen in cultuurhistorische landschappen en vlakken, met als aanvulling fysieke aantasting van historisch groen, zichtrelaties en Rijksmonumenten/overige bouwkunst.
Ook wordt er onderzocht of de windturbines van het project de karakteristiek en kernkwaliteiten van het cultureel erfgoed aantast. Deze toetsing vindt kwalitatief plaats.

De opstellingen scoren als volgt op het thema cultuurhistorie:

Tabel - Conclusie cultuurhistorie
Conclusie cultuurhistorie

Inleiding

Voor het milieuaspect cultuurhistorie wordt getoetst of op een bepaalde locatie hoogwaardige cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Ten behoeve hiervan wordt per MER-alternatief beoordeeld of de windturbines binnen of in zeer directe nabijheid van cultuurhistorische elementen zijn gelegen. Hiermee kan een inschatting gemaakt worden of de kernkwaliteiten van deze cultuurhistorische elementen worden aangetast bij de realisatie van het windpark.
 

Toetsingskader

In de Wet milieubeheer (art. 1.1 lid 2 onder a.) is bepaald dat onder gevolgen voor het milieu, ook de gevolgen vanuit het belang van bescherming van cultuurhistorische waarden wordt verstaan. Om dergelijke waarden te borgen heeft de provincie Noord-Brabant in zijn ‘Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014’ cultuurhistorische landschappen opgenomen. Hiermee wordt getracht samenhang in de landschappen te benadrukken en deze verder te ontwikkelen. De cultuurhistorische landschappen zijn vervolgens verder beschreven en uitgewerkt in de Cultuurhistorische Waardenkaart 2010 (CHW) van de Provincie. De meest kenmerkende deelgebieden binnen deze cultuurhistorische landschappen zijn aangeduid als cultuurhistorische vlakken. Over cultuurhistorische vlakken stelt de Verordening Ruimte het volgende:

Artikel 22 Cultuurhistorisch vlak

  1. In aanvulling op hoofdstuk 3 'Structuren' geldt ter plaatse van de aanduiding 'Cultuurhistorische vlakken' dat een bestemmingsplan:
  • mede is gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden;
  • regels stelt ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.
  1. Gedeputeerde Staten stellen een beschrijving vast van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de als cultuurhistorische vlakken aangewezen gebieden als onderdeel van de Cultuurhistorische Waardenkaart.

Voor cultuurhistorische elementen wordt in dit onderzoek eerst getoetst aan de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant. Toetsing op gedetaileerder niveau vindt plaats aan de hand van de CHW van de provincie. Indien de CHW ontoereikend wordt geacht, kan aanvullende informatie uit de relevante gemeentelijke beleidsadvieskaarten worden gehaald.

Tabel - Relevante beleidskaarten gemeenten
Relevante beleidskaarten gemeenten

Beoordelingscriteria

Voor het toetsen van de effecten van windenergie in de A16 op het thema cultuurhistorie wordt er gekeken naar de fysieke aantasting van cultuurhistorische waarden. Het beoordelingscriterium is in principe het aantal windturbines gelegen in cultuurhistorische landschappen en vlakken, met als aanvulling fysieke aantasting van historisch groen, zichtrelaties en Rijksmonumenten/overige bouwkunst.
Ook wordt er onderzocht of de windturbines van het project de karakteristiek en kernkwaliteiten van het cultureel erfgoed aantast. Deze toetsing vindt kwalitatief plaats.

 

Effectbeoordeling

Onderstaande tabel toont welke resultaten leiden tot welke score voor het milieuthema cultuurhistorie:

Tabel - Beoordeling aspect cultuurhistorie
Beoordeling aspect cultuurhistorie

Onderzoek

Uit de Themakaart cultuurhistorie, zie figuur hieronder, behorende bij de Verordening Ruimte valt af te lezen dat het plangebied deels is gelegen binnen aardkundige waardevolle en cultuurhistorische vlakken. Voor toetsing op gedetaileerder niveau wordt gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie, zie figuur hiernaast.

Figuur - Themakaart cultuurhistorie in de Verordening Ruimte (Provincie Noord-Brabant, 2014). Plangebied aangeduid met rode stippellijn
Themakaart cultuurhistorie in de Verordening Ruimte (Provincie Noord-Brabant, 2014). Plangebied aangeduid met rode stippellijn

Cultuurhistorische gebieden
Uit de figuur hiernaast valt af te lezen dat voor de gemeenten Moerdijk en Drimmelen geen cultuurhistorische vlakken of landschappen binnen het plangebied zijn opgenomen. Voor de gemeenten Breda en Zundert, welke wel cultuurhistorische vlakken en landschappen kennen binnen het plangebied, is met behulp van een GIS[1]-analyse inzichtelijk gemaakt hoeveel windturbines er per opstellingsalternatief in een cultuurhistorisch vlak- of landschap zijn gepositioneerd. Zie hiervoor onderstaande tabel.

Uit onderstaande tabel valt op te maken dat er bij meerdere opstellingsalternatieven sprake is van fysieke aantasting van vlakken of landschappen met cultuurhistorische waarden. Bij de alternatieven M3 en M4 is sprake van één windturbine in een cultuurhistorisch vlak. Dit betreft het vlak ‘Mastbosch’. Daarnaast blijkt dat er bij 7 alternatieven (M1, M2, M3, M4, M5, M7 en M11) één of meerdere windturbines binnen een cultuurhistorisch landschap vallen, zijnde het landschap ‘Landgoederenzone ten zuiden van Breda’. Daarmee kan aantasting van de kernkwaliteiten van het cultuurhistorische landschap veroorzaakt worden. Met name wanneer de windturbines in een cultuurhistorisch vlak zijn gepositioneerd, is het van belang dat er een zorgvuldige afweging gemaakt wordt van de impact van de turbine op de cultuurhistorische waarden en kenmerken van het gebied. Hieronder volgt een beschrijving van de kernkwaliteiten en de strategie voor het cultuurhistorisch vlak ‘Mastbosch’ en het cultuurhistorisch landschap ‘Landgoederenzone ten zuiden van Breda’.

Tabel - Aantal windturbines in cultuurhistorische vlakken en landschappen
Aantal windturbines in cultuurhistorische vlakken en landschappen

Aanvullende beoordeling

Waarden en strategie ‘Mastbosch’
De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) leert dat de strategie voor het cultuurhistorisch vlak Mastbosch uit gaat van planologische bescherming van de volgende waarden/kenmerken:

  • Het wegenpatroon met hoofdwegen, exploitatiewegen en bijzondere wegen als de Bouvignedreef, de Torendreef (gericht op de toren van Princenhage), het Eeuwig Laantje en de Oude Postweg; 
  • De relatie met de boshoevenontginning Overa;
  • De boswachterswoning;
  • Het monument aan de Galderse Weg.

Binnen de alternatieven M3 en M4 bevindt er zich één windturbine op de uiterlijke zuidwestelijke grens van het cultuurhistorische vlak ‘Mastbosch’. Door deze positionering wordt het wegenpatroon binnen het Mastbosch niet fysiek aangetast. De relatie tussen de boshoevenontginning Overa en het Mastbosch wordt niet beïnvloed vanwege de geruime afstand met de windturbine (ca. 1 km). De boswachterswoning en het monument aan de Galderse Weg worden ook vanwege de geruime afstand tot de windturbine niet in hun waarden en kenmerken geschaad.

Waarden en strategie ‘Landgoederenzone ten zuiden van Breda’
De CHW geeft aan dat er drie aspecten bepalend zijn geweest voor de cultuurhistorische kwaliteiten van dit huidige landschap:

  • de landbouw;
  • de landgoederen en buitenplaatsen;
  • de oude bossen. 

De strategie voor de Landgoederenzone ten zuiden van Breda gaat uit van:

  • Het behouden en zichtbaar maken van relicten van historische agrarische ontwikkelingen;
  • Het versterken van het contrast tussen oude agrarische ontginingen en (voormalige) woeste gronden;
  • Het versterken van de landgoedstructuren;
  • Het versterken en ontwikkelen van de beekdalen met respect voor de cultuurhistorische waarden;
  • Het vergroten van de cultuurhistorische waardering door het vergroten van de beleving.

Voor de 7 opstellingsalternatieven waarbij één of meerdere windturbines binnen het cultuurhistorisch landschap zijn voorzien, geldt dat realisatie van de windturbines geen positieve bijdrage levert aan de hierboven genoemde strategie.

Door verder in te zoomen op de digitale versie van de CHW[2], wordt de overige cultuurhistorische informatie[3] binnen de gemeenten zichtbaar. Deze informatie is afkomstig van het Rijk of uit de Cultuurhistorische Waardenkaart 2006 van de provincie Noord-Brabant. Zo wordt duidelijk dat er bij opstellingsalternatief M2 één windturbine is gepositioneerd binnen, en twee windturbines nabij, een gebied aangeduid als ‘historisch groen’, zijnde ‘bos, laanbeplating Trippelenberg’. In dit gebied is een boscomplex met naald- en loofhout (dennen en eiken) met een laanbeplanting van eiken naar de Prinsenhoef toe. De waarde hiervan wordt omschreven als ‘redelijke hoog’. In de gemeentelijke  beleidskaart ‘Cultuurhistorische Inventarisatiekaart akkers, beemden, bossen en heide’ van de gemeente Breda is Trippelenberg gedefinieerd als ‘aanplant 1500 – 1750’.

Cultuurhistorische zichtrelaties
Aantasting van de karakteristiek van de cultuurhistorie wordt ook beoordeeld op de visuele relatie die de windturbines hiermee aangaan. Windturbines kunnen tenslotte op afstand een visuele binding aangaan met landschappen en objecten. Vanuit veel oogpunten zullen de beoogde windturbines van het project windenergie A16 een visuele relatie aangaan met omliggende en aangrenzende cultuurhistorisch vlakken (o.a. ‘Mastbosch’ en ‘Beekdal van de Aa of Weerijs’) en landschap (‘Landgoederenzone ten zuiden van Breda’). Daarnaast valt uit de CHW ook af te leiden dat er zich enkele ‘historische zichtrelatie vlakken’ bevinden binnen en nabij het plangebied. Het gaat dan voornamelijk om molenbiotopen van klassieke windmolens. Dergelijke molenbiotopen worden aangehouden om vrije windvang en zicht op klassieke molens te garanderen. Het betreft de molenbiotopen van de volgende molens: de stellingmolen ‘Hoekse Molen’ te Zevenbergschen Hoek, voormalig korenmolen ‘De Hoop’ in Princehage en de inmiddels afgebroken korenmolen ‘De Negen Gebroeders’ in Prinsenbeek. Voor alle opstellingsalternatieven geld dat er geen windturbines binnen de molenbiotoop c.q. vrijwaringszone van een klassieke molen worden voorzien.

Tenslotte geniet het nabijgelegen Lage Zwaluwe een beschermd dorpsgezicht. Ook is een deel van Breda aangewezen als beschermd stadsgezicht. Aangezien deze bescherming alleen geldt voor bouwen binnen het gebied met het beschermde gezicht zelf, en de alternatieven zich allemaal buiten de beschermde gebieden bevinden, vormt dit geen belemmering.

Cultuurhistorische objecten
Uit de CHW valt af te lezen dat nabij knooppunt Princeville een complex van cultuurhistorisch belang is gelegen (zie Figuur 28). Het complex betreft het landgoed Zoudtlandt. Strategie voor dit landgoed is behoud door herontwikkeling. Bij opstellingsalternatief M11 wordt op geruime afstand van dit complex een windturbine voorzien. De dichtstbijzijnde windturbine staat op een afstand van ca. 700m. Dit is niet strijdig met de strategie voor het landgoed.

Fysieke aantasting van Rijksmonumenten of overige bouwkunst is niet aan de orde. Mogelijke visuele relaties tussen de toekomstige windmolens en Rijksmonumenten of overige bouwkunst zijn niet uit te sluiten, echter zijn hiervoor geen beschermde ‘historische zichtrelatie vlakken’ opgenomen in de CHW.

Aardkundige waarden
Zoals te zien op de Themakaart Cultuurhistorie van de Verordening Ruimte (Figuur 27) bevinden er zich ook aardkundig waardevolle gebieden binnen het plangebied. Hoewel effecten op aardkundige waarden niet als beoordelingscriterium zijn opgenomen (opnemen hiervan is niet gebruikelijk in een MER voor windenergie), wordt hieronder wel kwalitatief beschreven of deze waarden beïnvloed kunnen worden door de plaatsing van windturbines langs de A16. Er zijn twee gebieden met aardkundige waarden aanwezig binnen het plangebied:

1. Weimeren
Ontgonnen laagveenvlakte ten zuiden van de Mark bij Breda. Aanwijzing voor beschermregels die relevant zijn voor Weimeren zoals opgenomen in de Aardkundig waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant:

  • Reliëfverschillen samenhangend met historisch ontgonnen laagveenvlakte op de overgang van dekzandlandschap naar zeekleigebied mogen niet worden ver- of afgegraven of anderszins aangetast;
  • Bij vergravingen in het gebied moet de geomorfologie leidend zijn;
  • Verlaging grondwaterpeil niet toegestaan wegens gevaar voor veenoxidatie en daaropvolgende maalvelddaling;
  • Patroon van kreken en percelering van de vroegere veenontginning mag niet gewijzigd worden.

Binnen de alternatieven M6, M8, M9 en M10 bevinden zich één of meer windturbines binnen het aardkundig waardevolle vlak ‘Weimeren’.

2. MastboschTypisch Brabants bos- en heidelandschap. Aanwijzing voor beschermregels relevant voor het Mastbosch:

  • Reliëfverschillen samenhangend met licht golvend deklandschap met lage landduiden mogen niet worden ver- of afgegraven of anderszins aangetast.

Binnen de alternatieven M3 en M4 bevindt er zich één windturbine op de uiterlijke zuidwestelijke grens van het aardkundig waardevolle vlak ‘Mastbosch’.

In hoeverre de realisatie van windturbines in strijd is met de beschermregels, zal in een later stadium duidelijk worden wanneer er meer duidelijk is over de parkinrichting, benodigde afgravingen en duur van de bemaling . Indien aan de orde zal dit voor het VKA worden beoordeeld.
 

Conclusie

De nieuwe windturbines zullen onderdeel gaan uitmaken van een veranderend landschap betrokken bij de opwekking van duurzame energie. Bij een zevental alternatieven zullen windturbines in een cultuurhistorisch landschap geplaatst worden, en bij twee alternatieven zelfs in een cultuurhistorisch vlak. Geconcludeerd wordt dat de kernkwaliteiten van dit landschap en vlak niet geschaad worden, echter de realisatie van de windturbines levert ook geen positieve bijdrage aan de beschreven strategieën voor deze gebieden.
 

Score milieuthema cultuurhistorie

De opstellingen scoren als volgt op het thema cultuurhistorie:

Tabel - Conclusie cultuurhistorie
Conclusie cultuurhistorie

 

[1]     Geografisch informatiesysteem

[2]     http://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8

[3]     Bijvoorbeeld Rijksmonumenten, overige bouwkunst, historisch geografische lijnen, historische zicht relatie vlakken, historische stedenbouw, complexen van historisch belang en historisch groen.

 

Cultuurhistorische Waardenkaart (Provincie Noord-Brabant, 2010 herzien 2016). Plangebied aangeduid met rode stippellijn
Cultuurhistorische Waardenkaart (Provincie Noord-Brabant, 2010 herzien 2016). Plangebied aangeduid met rode stippellijn:
Cultuurhistorische Waardenkaart (Provincie Noord-Brabant, 2010 herzien 2016). Plangebied aangeduid met rode stippellijn