Beknopt

8.5. Bodemkwaliteit

Op grond van de Wet bodembescherming dient, in verband met de uitvoerbaarheid van een plan of project, rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Vanuit de functie van windturbines worden geen eisen gesteld aan de kwaliteit van de bodem. Er is immers geen sprake van de langdurige aanwezigheid van personen. Voor moderne windturbines geldt dat er geen sprake is van potentieel bodembedreigende activiteiten. Bij aan- of afvoer van grond zal uiteraard aan het Besluit bodemkwaliteit worden voldaan.

Voor de inschatting van de bodemkwaliteit op de locaties van de windturbines is bekeken of er op dit moment bedrijfsactiviteiten op de locaties plaatsvinden, waarbij potentieel bodemverontreiniging kan ontstaan en of in het verleden activiteiten hebben plaatsgevonden, waarbij verontreiniging is ontstaan. Het milieuthema bodem wordt beoordeeld op basis van het aantal windturbines dat op verontreinigde bodem is gepland in de MER-alternatieven. Dit bleek in geen enkele alternatief het geval te zijn. Alle opstellingen scoren dus neutraal (‘0’).

Toetsingskader

Op grond van de Wet bodembescherming dient, in verband met de uitvoerbaarheid van een plan of project, rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak (ernstige verontreinigingen). In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik.
Wanneer grond wordt ontgraven of wordt aangevoerd naar of vanaf de projectlocatie is sprake van roering van de bodem en moet worden voldaan aan de vereisten uit het Besluit bodemkwaliteit. Op grond van het Besluit bodemkwaliteit worden eisen gesteld aan de afvoer en hergebruik van grond.

 

Onderzoek

Vanuit de functie van windturbines worden geen eisen gesteld aan de kwaliteit van de bodem. Er is immers geen sprake van de langdurige aanwezigheid van personen. Voor moderne windturbines geldt dat er geen sprake is van potentieel bodembedreigende activiteiten. Bij aan- of afvoer van grond zal uiteraard aan het Besluit bodemkwaliteit worden voldaan.

Voor de inschatting van de bodemkwaliteit op de locaties van de windturbines is bekeken of er op dit moment bedrijfsactiviteiten op de locaties plaatsvinden, waarbij potentieel bodemverontreiniging kan ontstaan en of in het verleden activiteiten hebben plaatsgevonden, waarbij verontreiniging is ontstaan. Om dit inzichtelijk te krijgen is aansluiting gezocht bij de (regionaal) opgestelde bodemkwaliteitskaarten[1],[2]. Onderdeel van de bodemkwaliteitskaart is de ontgravingskaart. De ontgravingskaart geeft de kwaliteitsklasse van de bodem aan op het moment dat deze wordt ontgraven voor hergebruik elders. Dit staat feitelijk gelijk aan een beoordeling van een partij grond. Op ontgravingskaarten wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende bodemkwaliteitszones: AW2000[3] (ook wel landbouw/natuur), wonen en industrie. Dit is inzichtelijk gemaakt voor zowel de bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv[4]), als de ondergrond (0,5 – 2,5 m-mv). Het plangebied van Windenergie A16 heeft zowel in de boven- en ondergrond de aanduiding achtergrondwaarde AW2000 (landbouw/natuur). De gronden onder het wegvak van de rijksweg A16 en het spoortracé (HSL/reguliere spoor) zijn aangeduid als ‘uitgezonderd’, dan wel ‘overig niet gezoneerd’. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat in gronden naast rijkswegen altijd verhoogde gehalten aan metalen (o.a. zink) / olie te verwachten zijn als gevolg van afspoeling van regenwater.
Zie onderstaande figuur voor de ontgravingskaarten van Breda en Drimmelen. Zie onderstaande figuur voor de ontgravingskaarten van Moerdijk en Zundert.

N.B. Een bodemkwaliteitskaart is maximaal 5 jaar geldig. De bodemkwaliteitskaart regio Brabant is uit 2011 en momenteel niet meer geldig. De bodemkwaliteitskaart buitengebied West-Brabant is uit 2012 en zal binnenkort ook verlopen. Na het verlopen van de bodemkwaliteitskaart is grondverzet op basis van de oude kaart niet meer toegestaan totdat een nieuwe bodemkwaliteitskaart is gemaakt en deze is vastgesteld door de raad. In de tussenperiode dient voor elk initiatief een bodemonderzoek plaats te vinden. De hieronder getoonde kaarten zijn op dit moment enkel als indicatief te beschouwen.

Figuur - Ontgravingskaart Breda en Drimmelen (Oranjewoud, 2011). Links bovengrond, rechts ondergrond.
Ontgravingskaart Breda en Drimmelen (Oranjewoud, 2011). Links bovengrond, rechts ondergrond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Figuur - Ontgravingskaart Moerdijk en Zundert (RMD, 2012). Links bovengrond, rechts ondergrond.
Ontgravingskaart Moerdijk en Zundert (RMD, 2012). Links bovengrond, rechts ondergrond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omdat bodemverontreiniging ook door andere activiteiten kan (zijn) ontstaan, zijn tevens het landelijk bodemloket[5] en de bodeminformatieviewer van de gemeente Breda[6] geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er binnen het plangebied van het project Windenergie A16 voor enkele percelen en locaties bodemonderzoek is uitgevoerd of dat er momenteel onderzoek gaande is. Een beknopt overzicht van de relevante bodemonderzoeken is opgenomen in Bijlage C van het MER. Geconcludeerd wordt dat er her en der binnen het plangebied verontreinigde gronden aanwezig zijn. Wanneer een windturbine op dergelijke grond is voorzien, zal deze grond moeten worden gesaneerd. Sanering kan qua milieueffect als een positief aspect worden gezien, zij het een zeer beperkt positief effect. Dit vanwege het feit dat de locatie van de funderingsplaat van de windturbine (ca. 400 m2) verontreinigde bodem zal worden gesaneerd, terwijl overige verontreiniging op hetzelfde perceel aanwezig blijft.

Voor het merendeel van de windturbinelocaties van de 11 alternatieven is echter geen bodeminformatie bekend (zie ook ‘leemte in kennis’ hieronder), waardoor een gedegen vergelijking tussen opstellingsalternatieven met behulp van deze informatie niet mogelijk is. Daarnaast geldt ook dat na (verplichte) sanering van verontreinigde locaties, alle windturbinelocaties gelijkwaardig zijn en er vanuit bodemkwaliteit feitelijk geen onderscheidend vermogen zal zijn.

In onderstaande tabel wordt de beoordelingsschaal voor het milieuaspect ‘bodem’ toegelicht.
 

Beoordelingscriteria

Het milieuthema bodem wordt beoordeeld op basis van het aantal windturbines dat op verontreinigde bodem is gepland in de MER-alternatieven.
 

Effectbeoordeling

Onderstaande tabel toont hoe het milieuthema bodem wordt gescoord.

Figuur - Beoordeling thema bodem
Beoordeling thema bodem

 


 

 

 

 

 

Score milieuthema bodem

De opstellingen scoren als volgt:

Figuur - Conclusie bodem
Conclusie bodem

 

[1]     Bodemkwaliteitskaart regio Brabant, pg. 29/30. Oranjewoud, oktober 2011.

[2]     Bodemkwaliteitskaart buitengebied West-Brabant, pg. 67/68 . Regionale milieudienst West-Brabant, augustus 2012.

[3]     AW = Achtergrondwaarde

[4]     m-mv = meter beneden maaiveld

[5]     www.bodemloket.nl

[6]     https://gis.breda.nl/bodeminformatie