Beknopt

3.4. Bevoegd gezag

Op basis van de coördinatieregeling uit de Elektriciteitswet beschikt de provincie Noord-Brabant over de bevoegdheid voor het vaststellen van een inpassingsplan voor het realiseren van een windenergieproject. In het geval toepassing wordt gegeven aan deze bevoegdheid zijn Gedeputeerde Staten tevens bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning voor de realisatie van een windpark van meer dan 5 MW en niet meer dan 100 MW[1]. Gezien het feit dat er mínimaal 100 MW windenergie is beoogd in de A16, heeft Gedeputeerde Staten anticiperende overdracht van bevoegdheden gevraagd aan de minister. De overdracht van bevoegdheid is bevestigd per brief van 14 september 2016. Hiermee zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag inzake de benodigde vergunningen en Provinciale Staten voor het Provinciaal Inpassingsplan (PIP).

 

[1]     Wijziging van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998, brief nr. 42 31904, Tweede kamer der staten generaal 2010.