Beknopt

12. Begrippenlijst

  • Aanlegfase
    Fase waarin activiteiten worden uitgevoerd die specifiek verband houden met het initiatief.
  • Alternatieven
    Mogelijkheden om redelijkerwijs de doelstelling(en) te realiseren. De Wet milieubeheer schrijft voor dat in een MER alleen alternatieven moeten worden beschouwd die redelijkerwijs in de besluitvorming een rol kunnen spelen.
  • Archeologische trefkanskaart
    Kaart die op basis van kwantitatieve analyse en op archeologisch inhoudelijke kennis aangeeft hoe groot de kans is dat zich archeologische waarden bevinden in de ondergrond van een bepaald gebied.
  • Archeologische waarden
    Belangrijke archeologische eigenschappen van een gebied.
  • Ashoogte
    De hoogte van de rotor-as, waaraan de rotorbladen van de windturbine zijn bevestigd, ten opzichte van het maaiveld.
  • Autonome ontwikkeling
    Veranderingen, die zich in het milieu zullen voltrekken als noch de voorgenomen activiteit, noch een van de alternatieven worden gerealiseerd.
  • Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
    Omvat basisgegevens over gebouwen en adressen.
  • Bevoegd gezag
    In het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening: één of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn om over het initiatief een besluit te nemen waarvoor het Milieueffectrapport wordt opgesteld.
  • Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.)
    Commissie van onafhankelijke deskundigen die het bevoegd gezag adviseert over de gewenste inhoud van het milieueffectrapport en in een latere fase in het toetsingsadvies over de kwaliteit van het milieueffectrapport.
  • Cultuurhistorische waarden
    De aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat dat bouwwerk of dat gebied.
  • Cumulatieve effecten
    Effecten van verschillende vormen en/of bronnen van milieu-invloeden tezamen.
    Optelling van effecten binnen hetzelfde milieuonderwerp van afzonderlijke plaatsingsgebieden.
  • dB (A)
    Decibel (A-gewogen), maat voor geluidssterkte waarbij een frequentieafhankelijke correctie wordt toegepast voor de gevoeligheid van het menselijk oor.
  • Ecologische hoofdstructuur (EHS)
    Begrip gelanceerd in het Natuurbeleidsplan bestaande uit kern- en natuurontwikkelingsgebieden en Verbindingszones.
  • Externe werking
    Indien een activiteit niet plaatsvindt in een gebied, maar toch effect kan hebben op dit gebied, dan wordt er gesproken over externe werking. Een voorbeeld is het effect van windturbines die buiten Natura 2000-gebieden worden geplaatst, die wel effect kunnen hebben op de Natura-2000 gebieden.
  • Geïnstalleerd vermogen
    Het maximale opwekkingsvermogen van een windmolen.
  • Gevoelige bestemmingen
    Een geluidsgevoelige bestemming is een begrip uit de Nederlandse Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Bgh). Een woning bijvoorbeeld is een geluidsgevoelige bestemming. Als een bestemming, dat kan een gebouw of een terrein zijn, als geluidsgevoelig is aangemerkt, gelden de regels uit de Wgh en het Bgh.
  • Habitat
    Natuurlijk woongebied van een organisme of levensgemeenschap.
  • Initiatiefnemer
    Degene die een m.e.r.-plichtige activiteit wil ondernemen.
  • Interferentie
    Verstorende werking tussen twee windparken, windmolens binnen een windpark of een windpark met een ander grootschalig element.
  • KWh
    Kilowattuur.
  • Laagfrequent geluid
    Laagfrequent geluid is geluid met een frequente beneden de 20 Hz.
  • Landschap
    Het geheel van visueel waarneembare kenmerken aan het oppervlak van de aarde.
  • Lden
    Een maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. (Engels: Level day-evening-night)
  • Mitigatie
    Het verminderen of voorkomen van nadelige effecten (op het milieu) door het treffen van bepaalde maatregelen.
  • Milieueffectrapportage (m.e.r.)
    De procedure van milieueffectrapportage; een hulpmiddel bij de besluitvorming, dat bestaat uit het maken, beoordelen en gebruiken van een milieueffectrapport en het evalueren achteraf van de gevolgen voor het milieu van de uitvoering van de activiteit waarvoor een milieueffectrapport is opgesteld.
  • Milieueffectrapport (MER)
    Een openbaar document waarin van een voorgenomen activiteit van redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven of varianten de te verwachten gevolgen voor het milieu in hun onderlinge samenhang op systematische en zo objectief mogelijke wijze worden beschreven.
  • MW
    Megawatt = 1.000 kilowatt = 1.000 kW. De watt is een eenheid van elektrisch vermogen.
  • MWh
    Megawattuur (1.000 kWh = 1 MWh). De megawattuur is een eenheid van elektrische energie. Een productie-installatie van 1 MW die een uur op vol vermogen draait produceert 1 MWh.
  • NRD
    Dit staat voor ‘Notitie Reikwijdte en Detail(niveau)’. Deze notitie wordt vastgesteld op basis van de conceptnotitie reikwijdte en detail(niveau) (ook wel ‘startnotitie’ genoemd) en de daarop ontvangen zienswijzen, reacties en adviezen. Inhoudelijk geeft de notitie reikwijdte en detailniveau aan wat (reikwijdte) en met welke diepgang (detailniveau) onderzocht en beschreven dient te worden in het milieueffectrapport (het MER).
  • Plaatsingsgebied
    Dit is een globaal afgebakend geografisch gebied waar windturbines geplaatst kunnen worden. De grenzen van een dergelijk gebied zijn globaal aangeduid omdat een exacte grens op dit schaalniveau niet passend is.
  • Plaatsingsvisie
    Een plaatsingsvisie is een abstracte keuze voor de wijze van inrichten van de windenergie opgave, waarin principiële keuzes worden gemaakt.
  • Plangebied
    Het gebied, waarbinnen het voorgenomen plan of een van de alternatieven kan worden gerealiseerd.
  • PlanMER
    Een planMER is het rapport dat is vereist voor plannen waarin de locatie voor een activiteit met potentieel aanzienlijke milieueffecten, zoals een windpark, wordt aangewezen, of als voor dit plan een zogenaamde Passende Beoordeling dient te worden opgesteld, waarin de effecten op een Natura 2000-gebied in beeld worden gebracht.
  • ProjectMER
    Het projectMER is het rapport dat betrekking heeft op de milieueffecten van de concrete uitwerking van het plan. Voor een windpark betreft een concrete uitwerking het bepalen van de posities van de windturbines. De effecten van een dergelijk opstelling, en van opstellingsvarianten worden door middel van onderzoek in detail bepaald en afgezet tegen de geldende milieueisen, waarbij beoordeeld wordt of aan deze eisen kan worden voldaan.
  • Referentiesituatie
    Situatie waarbij wordt uitgegaan van de bestaande situatie. Deze situatie dient als referentiekader voor de effectbeschrijving van alle alternatieven in het MER.
  • Richtlijnen
    De door het bevoegd gezag na het vooroverleg te bepalen wenselijke inhoud van het op te stellen MER.
  • Rode lijst
    Lijst van planten. Lijst van vlinders, Lijst van zoogdieren en lijst van vogels waarvan bekend is, dat zij zodanig achteruitgaan dat zij in hun voortbestaan worden bedreigd.
  • Rotordiameter
    De diameter van de denkbeeldige cirkel die door de rotorbladen (wieken) van de windturbine worden bestreken.
  • Structuurvisie
    Een in het kader van de Wet ruimtelijke ordening vastgesteld ruimtelijk plan voor een deel of het gehele grondgebied van het Rijk, provincie of gemeente. Hierin wordt op hoofdlijnen vastgelegd welke activiteiten waar mogen worden ontwikkeld.
  • Tiphoogte
    Maat die voor windturbines wordt gebruikt om de maximale hoogte vanaf de grond aan te geven wanneer een rotorblad verticaal staat. De tiphoogte is gelijk aan de ashoogte + halve rotordiameter.
  • Varianten
    Uitwerking van de alternatieven die redelijkerwijs de doelstelling(en) kunnen realiseren. Zie alternatieven.
  • Veiligheidsnorm
    Maximaal toelaatbare kans op een ernstige schade.
  • Visueel
    Gericht op het zien.
  • VKA
    Voorkeursalternatief. Zie aldaar.
  • Voorgenomen activiteit
    Geheel van handelingen, ingrepen en dergelijke bedoeld ter realisatie van bepaalde doelstellingen of ter oplossing van bepaalde problemen.
  • Voorkeursalternatief (VKA)
    Datgene wat volgens het MER en/of bijbehorende ontwerpbesluiten / vergunningaanvragen of bijgestelde versies hiervan - dus na afweging van milieueffecten - de voorkeur van de initiatiefnemer heeft om de doelstellingen zo goed mogelijk te realiseren.
  • Wnb
    ​​​​​​​Wet natuurbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet.