Beknopt

5.2. A16 als geschikte locatie voor windenergie

De rijksweg A16 loopt voor ca. 35 km door West-Brabant. In West-Brabant waait het vanwege de relatieve nabijheid van de zee vaak harder dan in de rest van de provincie Noord-Brabant. De zone met de A16/HSL-infrastructuurbundel is tevens noord-zuid georiënteerd. Omdat er in Nederland vooral sprake is van een (zuid-)westenwind, levert een noord-zuid opstelling van windmolens meer duurzame energie op. Om de impact van windmolens op bewoners en hun leefomgeving te beperken, geeft de provincie Noord-Brabant aan te zoeken naar bestaande infrastructuur waar windmolens bij passen. De combinatie van windenergie en infrastructuur kan een belangrijk negatief effect van windmolens beperken, namelijk geluidsoverlast. Bovendien zijn er langs de A16/HSL-infrastructuurbundel gebieden waar relatief weinig mensen wonen, zoals in het noordelijke zeekleigebied. Dat biedt mogelijkheden om de overlast van windmolens te beperken.

De rijksoverheid heeft in 2013 in het kader van de Structuurvisie Wind op Land een plan-MER uitgevoerd voor de A16. In dat plan-MER is het gebied langs de A16 onderzocht. Dit is gedaan voor zowel het Zuid-Hollandse als Noord-Brabantse deel van de A16. Op basis van de resultaten heeft het ministerie van I&M besloten om de A16 (deel Noord-Brabant) niet op te nemen in het Voorkeursalternatief van de SVWOL als grootschalig RCR-project (Rijkscoördinatie Regeling). Dit omdat de kansen met name bestonden uit verspreid liggende windparken in plaats van één groot windpark.

De rijksweg A16 loopt voor ca. 35 km door West-Brabant. In West-Brabant waait het vanwege de relatieve nabijheid van de zee vaak harder dan in de rest van de provincie Noord-Brabant. Een windmolen in dit gebied levert hierdoor meer rendement (kWh) op dan in minder windrijke gebieden binnen de provincie Noord-Brabant. De zone met de A16/HSL-infrastructuurbundel is tevens noord-zuid georiënteerd. Omdat er in Nederland vooral sprake is van een (zuid-)westenwind, levert een noord-zuid opstelling van windmolens meer duurzame energie op.

Om de impact van windmolens op bewoners en hun leefomgeving te beperken, geeft de provincie Noord-Brabant aan te zoeken naar bestaande infrastructuur waar windmolens bij passen. De combinatie van windenergie en infrastructuur kan een belangrijk negatief effect van windmolens beperken, namelijk geluidsoverlast. Bovendien zijn er langs de A16/HSL-infrastructuurbundel gebieden waar relatief weinig mensen wonen, zoals in het noordelijke zeekleigebied. Dat biedt mogelijkheden om de overlast van windmolens te beperken. Daarbij dient vermeld te worden dat de provincie cumulatie van geluidsbronnen niet onderschat en dit wel onderzoekt.

Onderzoek door het Rijk

De rijksoverheid heeft in 2013 in het kader van de Structuurvisie Wind op Land een plan-MER uitgevoerd voor de A16. In dat plan-MER is het gebied langs de A16 globaal onderzocht. Dit is gedaan voor zowel het Zuid-Hollandse als Noord-Brabantse deel van de A16. Voor het Brabantse gedeelte van de A16 zijn drie invullingsalternatieven onderzocht. De thema’s en criteria waarop deze drie alternatieven zijn beoordeeld zijn ter samengevat weergeven in onderstaande tabel.

Tabel - Scoringstabel A16 Noord-Brabant (bron: PlanMER SWOL, Ministerie van I&M)
Scoringstabel A16 Noord-Brabant (bron: PlanMER SWOL, Ministerie van I&M)


Het ministerie van I&M heeft besloten om de A16 (deel Noord-Brabant) niet op te nemen in het Voorkeursalternatief van de SVWOL als grootschalig RCR-project (Rijkscoördinatie Regeling). Dit omdat de kansen met name bestonden uit verspreid liggende windparken in plaats van één groot windpark. Daarbij werd aangegeven:
“Bij spreiding van windturbines is er o.a. kans op horizonbeslag en aantasting openheid. Bij concentratie is deze kans kleiner. Concentratie rond infrastructurele knooppunten en/of bedrijventerrein biedt kansen. Aandachtspunten zijn o.a.; de diverse verspreid liggende woningen en aaneengesloten bebouwing in de omgeving (i.v.m. geluid/slagschaduw, veiligheid) en mogelijke beperkingen door rijksweg en spoor vanuit externe veiligheid. In geval van plaatsing van windturbines in het EHS gebied is de kans op negatieve effecten groot.”

Wil een windenergieproject in aanmerkingen komen voor de Rijkscoördinatie Regeling, moet het als park minimaal 100 MW aan windenergie omvatten. In het plan-MER bij de Structuurvisie Wind op Land wordt voor de A16 een potentieel opgesteld vermogen voorzien van minder dan 100 MW. Op basis van bovenstaande redenen heeft het ministerie van I&M gekozen om de A16 niet op te nemen in het Voorkeursalternatief van de SWOL.
 

Onderbouwing door de provincie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant geeft in de Structuurvisie 2010 aan dat zij de ontwikkeling van windenergie steunt onder voorwaarden. Om versnippering van meerdere kleinere initiatieven tegen te gaan, kiest de provincie voor geclusterde opstelling van windturbines. Dat kan bij grootschalige bedrijventerreinen in het stedelijk concentratiegebied. Het is ook mogelijk in landschappen die daar voor wat betreft schaal en maat geschikt voor zijn. Voor de vaststelling van de Structuurvisie 2010 is een plan-MER opgesteld. Windenergie is hierin echter niet uitgewerkt.

De provincie Noord-Brabant heeft in de Verordening Ruimte 2014 beschreven waaraan de plaatsing van windmolens dient te voldoen. Tevens is op de kaart ‘agrarische ontwikkeling en windturbines’ het zoekgebied voor windmolens binnen de provincie aangegeven. Met het opnemen van het zoekgebied windturbines in de Verordening Ruimte is invulling gegeven aan de ambitie uit de Verordening; een provinciale bijdrage aan de landelijke winddoelstelling van 6.000 MW op land in 2020. De locatie A16 is opgenomen in het zoekgebied voor windmolens. Het windaanbod, de schaal van het landschap, de koppelingskansen met grootschalige infrastructuur (A16/HSL-infrastructuurbundel) en de fysieke ruimte voor minimaal 100 MW hebben geresulteerd in de opname. Daarbij gaat het om geclusterde opstellingen; waarvan de provincie in de Verordening (en in relatie met de uitkomsten van de SVWOL) aangeeft dat dit belangrijk is.
 

Onderbouwing door de Regio West-Brabant

De Regio West Brabant heeft in haar bod van 2011 aan de provincie Noord-Brabant aangegeven, dat zij in de A16 windmolens met een gezamenlijk opgesteld vermogen van 74,45 MW - 126,45 MW planologisch mogelijk maakt. In dit bod, dat dus geen plan of voornemen is, is eveneens richting gegeven aan het gebied waar de windparken mogelijkerwijs kunnen komen. Aan het bod van de Regio West-Brabant heeft geen plan-MER ten grondslag gelegen.
 

Onderbouwing op gemeentelijk niveau

Alle 4 de gemeenten betrokken bij het project Windenergie A16 hebben in hun beleid en ruimtelijke visies locaties voor windenergie opgenomen langs de A16. Ook hier speelt koppeling met infrastructuur, de schaal van het landschap en de fysieke ruimte de hoofdrol in de motivatie. Aan deze voorkeurlocaties heeft geen plan-MER ten grondslag gelegen.

Zoekgebied windturbines uit de verordening Noord-Brabant
Figuur - Zoekgebied windturbines uit de verordening en het zoekgebied voor dit MER. Alleen de grijs gearceerde gebieden binnen de rode lijn behoren tot het daadwerkelijke zoekgebied A16.